Home > Agrarisch recht > Grenswaarde PAS en bestemmingsplan
Grenswaarde PAS en bestemmingsplan

Grenswaarde PAS en bestemmingsplan

Op 13 december 2017 heeft de Afdeling een uitspraak gedaan over een bestemmingsplan waarin een koppeling is gemaakt met de grenswaarde van het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS). In het kader van uitbreidingsmogelijkheden van een scharrelvleesvarkenshouderij heeft de Afdeling ook geoordeeld over de vraag of een PAS-melding meetelt bij de referentiesituatie. Het antwoord is nee. Er is hier namelijk geen sprake van een vergunning maar van een melding.

Feiten
Bij besluit van 22 december 2016 heeft de raad van de gemeente Doetinchem het bestemmingsplan “Ringweg 4 en 4a-2016” (hierna: het Plan) vastgesteld. Het Plan voorziet onder meer in een agrarische bestemming en een bouwvlak voor het perceel Ringweg 4.

Frank en Frij (hierna: F&F) exploiteert een openlucht houderijsysteem voor scharrelvleesvarkens op het perceel Ringweg 4, waarbij in een open ruimte enkele schuilhokken staan. Er is een stal in gebruik voor zeugen met biggen en er is een mestopslag, een rijbak en stapmolen aanwezig op het perceel. De raad stelt dat deze zaken alle zonder omgevingsvergunning zijn opgericht. F&F stelt dat er bij het vaststellen van het Plan onvoldoende rekening is gehouden met haar belangen, zodat zij beroep heeft ingesteld. Het Plan maakt de bestaande bedrijfsvoering niet langer mogelijk, omdat het bouwvlak te klein is en niet op de juiste locatie ligt. F&F wenst een bouwvlak op het noordelijke deel van haar perceel waarin in ieder geval de bestaande schuilhokken als zodanig worden bestemd. Zij wil voorts uitbreiden en een nieuw schuilonderkomen voor de varkens kunnen bouwen, hetgeen met het toegekende bouwvlak niet mogelijk is. Verder vreest F&F dat de voorziene woning met bijhorende praktijkruimte, op het perceel waarin het Plan voorziet, zal leiden tot beperkingen in haar bedrijfsvoering.

Ammoniakemissie
F&F betoogt onder meer dat de melding op grond van het PAS, die zij heeft gedaan, in het Plan als referentie moet worden gebruikt voor de vaststelling van de maximale ammoniakemissie die is toegestaan.

De raad stelt dat volgens vast jurisprudentie van de Afdeling de gevolgen van een plan voor Natura 2000-gebied moeten worden afgezet tegen de feitelijke en planologische legale situatie ten tijde van de vaststelling van het Plan. Uitgangspunt bij de vaststelling is verder geweest of de situatie ook milieurechtelijk legaal was. Dat de melding die op grond van het PAS is gedaan meer omvat, doet hier niets aan af en betekent niet dat hiervoor ook een milieurechtelijke toestemming bestaat. Er is hier geen sprake van een vergunning maar van een melding.

Bij de beoordeling van de gevolgen van het Plan voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied moet worden uitgegaan van de huidige, feitelijke situatie als referentiekader. Daarbij gaat het om de feitelijke legale situatie ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 13 februari 2013; ECLI:NL:RVS:2013:BZ1284). De Afdeling oordeelt dat de raad zich terecht op het standpunt stelt dat hij niet heeft hoeven uitgaan van de ammoniakemissie overeenkomstig de melding. In de planregels wordt terecht verwezen naar de feitelijke en planologisch legale situatie.

Planregels
F&F betoogt dat in artikel 3, lid 3.4.4 onder d, en 3.7.4, onder b, van de planregels ten onrechte de bepaling ontbreekt dat onder toename van ammoniakemissie niet wordt begrepen een project of handeling waarvoor op grond van artikel 19 kg, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 een uitzondering op de vergunningplicht geldt. De raad heeft toegelicht dat in de bouwregels voor de bestemming “Agrarisch” (artikel 3, lid 3.2.2, van de planregels) een verbinding is gelegd met de op grond van het PAS en op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 beschikbare ontwikkelingsruimte, waarvoor niet de vergunningplicht geldt. Dat geldt ook voor de algemene gebruiksregels en de algemene verwijzingsregels. Bij de afwijkingsbevoegdheid en bij de wijzigingsbevoegdheid is die verbinding niet gelegd. Vanuit de algemene bouwregels kan volgens de raad echter worden afgeleid dat die verbinding ook hierop van toepassing is.

De Afdeling is van oordeel dat deze bepaling in de algemene bouwregels omtrent de grenswaarde PAS voldoende duidelijk is en de raad deze niet nogmaals in de bijzondere bepalingen heeft hoeven opnemen.

Conclusie
De Afdeling verklaart het beroep van F&F weliswaar gegrond en vernietigt het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, maar niet met betrekking tot het deel dat hierboven besproken wordt. Dit betoog faalt. De PAS-melding telt niet mee in de referentiesituatie voor het Plan, nu het geen vergunning is. Bij de beoordeling van de gevolgen van het Plan voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied moet worden uitgegaan van de huidige, feitelijke situatie als referentiekader. Oftewel de feitelijke legale situatie ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan. Het besluit wordt slechts vernietigd voor zover in het bestemmingsplan niet aan het gehele perceel de aanduiding ‘niet grondgebonden’ is toegekend.

Heeft u nog vragen omtrent agrarisch gerelateerde kwesties, neem dan contact op met José Jochemsen-Vernooij, advocaat agrarisch recht.

 

 

 

 

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen