Home > Algemeen > Battle of forms; naar de rechter of de arbiter?
Battle of forms; naar de rechter of de arbiter?

Battle of forms; naar de rechter of de arbiter?

In de uitspraak van de Raad van Arbitrage van 7 september 2017, nummer 36.157, is ingegaan op de situatie waarbij een hoofdaannemer en een onderaannemer twee verschillende sets algemene voorwaarden naast elkaar van toepassing hebben verklaard. De sets bevatten voor wat betreft de geschillenbeslechting tegenstrijdige bepalingen. In de overeenkomst zelf is geen rangregeling tussen de beide sets opgenomen. Wat nu?

Feiten
In de aannemingsovereenkomst zijn de algemene voorwaarden inkoop (AVI) van toepassing verklaard met daarin een arbitraal beding. In de offerte van de opdrachtneemster zijn de voorwaarden van onderaanneming (VvO) van toepassing verklaard met daarin een artikel waarin staat dat geschillen tussen partijen worden beslecht op de wijze zoals in de overeenkomst tussen hoofdaanneemster en haar opdrachtgever bij eventuele geschillen tussen hoofdaanneemster en opdrachtgever is voorzien. Uit de contractstukken tussen hoofdaanneemster en haar opdrachtgever blijkt dat de geschillen moeten worden voorgelegd aan de rechtbank.

Standpunten partijen
Hoofdaanneemster stelt onder verwijzing naar artikel II lid 1 van de AVI dat in geval van onderlinge tegenstrijdigheden tussen algemene voorwaarden het daarin hoger genoemde document steeds prevaleert. In dit geval zijn de AVI de eerstgenoemde voorwaarden, waardoor de bepalingen uit de AVI zouden voorgaan op de VvO.

Onderaanneemster stelt, onder verwijzing naar het vonnis van de Raad van Arbitrage van 21 februari 2017 met nummer 35.968, dat als de beide algemene voorwaarden cumulatief van toepassing zijn, de rechter voor de arbiter gaat. Immers, arbitrage is een uitzondering en er zou geen sprake zijn van een duidelijke wilsovereenstemming voor die uitzondering. Om die reden acht de onderaanneemster de Raad van Arbitrage niet bevoegd kennis te nemen van onderhavig geschil.

Oordeel Raad van Arbitrage
De Raad van Arbitrage leest in artikel II lid 1 van de AVI niet dat bij onderlinge tegenstrijdigheden tussen verschillende sets toepasselijke algemene voorwaarden de AVI zouden prevaleren.

Nu er geen rangregeling tussen de beide sets algemene voorwaarden is overeengekomen en de bepalingen over de geschilbeslechting onderling tegenstrijdig zijn, heeft hoofdaanneemster er niet op mogen vertrouwen dat onderaanneemster aan de geschillenbeslechting door de Raad van Arbitrage (volgens de AVI) de voorkeur zou geven boven geschillenbeslechting door de gewone rechter volgens de VvO. De standaardregel is dat de rechter geschillen beslecht, tenzij partijen een arbitrageovereenkomst hebben gesloten. Het scheidsgerecht van de Raad van Arbitrage is derhalve onbevoegd kennis te nemen van het onderhavige geschil.

Conclusie
In de jurisprudentie wordt veelvuldig discussie gevoerd over algemene voorwaarden. Indien er sprake is van een battle of forms of meerdere sets algemene voorwaarden zijn van toepassing verklaard, wordt veelal getracht één van de mogelijk bevoegde instanties buitenspel te zetten. Naast het feit dat dit een vertragende factor is in de procedure, zijn er extra kosten mee gemoeid. Aangeraden wordt derhalve voor het aangaan van de overeenkomst goed de eigen positie te bepalen met betrekking tot de set algemene voorwaarden die u van toepassing wenst te hebben. En nog belangrijker, om niet de set algemene voorwaarden van de wederpartij te accepteren, althans die uitdrukkelijk van de hand te wijzen.

Heeft u vragen met betrekking tot algemene voorwaarden of de onderhandelingsfase voorafgaand aan het sluiten van een contract, neem dan contact op met José Jochemsen-Vernooij.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen