Home > Bestuursrecht > Effectuering van de voorwaardelijke verplichting na afloop van de voorziene ontwikkeling
Effectuering van de voorwaardelijke verplichting na afloop van de voorziene ontwikkeling

Effectuering van de voorwaardelijke verplichting na afloop van de voorziene ontwikkeling

Een voorwaardelijke verplichting is een planregel die verplicht tot het uitvoeren van bepaalde maatregelen, zoals het uitvoeren van een landschapsinrichtingsplan of erfinrichtingsplan, voordat een nieuwe ontwikkeling wordt gerealiseerd. In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 oktober 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2779) is door de Afdeling (opnieuw) duidelijk gemaakt dat een zodanige voorwaardelijke verplichting ook zo kan worden geformuleerd dat die pas na afloop van de realisering van de voorziene ontwikkeling moet worden uitgevoerd.

Wat was de casus?
In het bestemmingsplan worden voormalige agrarische gronden bestemd voor recreatieve doeleinden en wordt de dienstwoning bestemd als burgerwoning. Daarmee is sprake van een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in de Provinciale Verordening zodat moet worden voldaan aan de eisen die daarin worden gesteld over het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. De gemeenteraad stelt dat aan de Provinciale Verordening wordt voldaan doordat het perceel, waarop de recreatieve doeleinden en de burgerwoning mogelijk worden gemaakt, landschappelijk worden ingepast conform het inpassingsplan dat deel uitmaakt van het bestemmingsplan.

In de planregels is bepaald dat het gebruik van de gronden en bebouwing conform de nieuwe bestemming uitsluitend is toegestaan indien de landschappelijke inpassing overeenkomstig bijlage 1 van het bij de planregels behorende erfinrichtingsplan binnen één jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

Een appellant betoogt kort gezegd dat met deze planregels onvoldoende is verzekerd dat landschappelijke inpassing zal plaatsvinden en hij stelt dat deze planregel niet handhaafbaar is. Hij vindt dat in de Planregels had moeten worden bepaald dat de landschappelijke inpassing moet plaatsvinden, vóórdat uitvoering wordt gegeven aan het plan. Appellant was aldus van mening dat een ‘traditionele’ voorwaardelijke verplichting had moeten worden opgenomen.

De Afdeling is het daar niet mee eens en overweegt als volgt:

“Zoals de Afdeling in haar uitspraak van 27 maart 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ7514) heeft geoordeeld, is het ook mogelijk om door middel van een specifieke gebruiksregel een voorwaardelijke verplichting zo te formuleren dat deze verplichting pas na afloop van de realisering van een voorziene ontwikkeling moet worden uitgevoerd. In aansluiting bij die uitspraak overweegt de Afdeling dat een specifieke gebruiksregel gericht op uitvoering van het erfinrichtingsplan een bijzondere regel is die de werking van het algemene gebruiksovergangsrecht opzij zet. Dat betekent dat degene die de gronden na afloop van een termijn van één jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan in afwijking van het erfinrichtingsplan heeft ingericht, niet langer een beroep kan doen op de beschermende werking van het gebruiksovergangsrecht. Deze inbreuk op het gebruiksovergangsrecht acht de Afdeling gerechtvaardigd, omdat anders effectuering van een voorwaardelijke verplichting altijd voorafgaand aan de daarmee samenhangende planologische ontwikkeling zou moeten plaatsvinden, terwijl er – zoals in dit geval – goede redenen kunnen zijn die effectuering op een later, maar wel duidelijk afgebakend, tijdstip te laten ingaan. “

De Afdeling bevestigt dat het mogelijk is om een voorwaardelijke verplichting als specifieke gebruiksregel te formuleren die pas hoeft te worden geëffectueerd na de ontwikkeling die het opnemen van die verplichting noodzakelijk maakt. Wel wordt de eis gesteld dat in de planregel duidelijk is opgenomen binnen welke termijn moet zijn voldaan aan de verplichting. Wordt die termijn niet gehaald, dan handelt de grondgebruiker in strijd met de specifieke gebruiksregel en hij kan ter rechtvaardiging van dat strijdige gebruik ook geen beroep doen op het gebruiksovergangsrecht.
Voor de praktijk is deze zaak een reminder: de voorwaardelijke verplichting hoeft niet altijd geëffectueerd te worden voorafgaand aan de realisatie van een voorziene ontwikkeling. Dit kan ook achteraf, mits dit goed in de planregels is opgeschreven, hetgeen inhoudt dat een termijn moet worden opgenomen waarbinnen de effectuering van de verplichting dient plaats te vinden.

Wilt u meer weten over bestuursrecht, milieurecht, ruimtelijke ordening? Neem dan contact op met Bart de Haan.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen