Home > Bestuursrecht > De verhouding tussen per e-mail ingediende nadere stukken en de omgevingsvergunning van rechtswege
De verhouding tussen per e-mail ingediende nadere stukken en de omgevingsvergunning van rechtswege

De verhouding tussen per e-mail ingediende nadere stukken en de omgevingsvergunning van rechtswege

In een uitspraak van 11 oktober 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2758) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een oordeel gegeven over de verhouding tussen per e-mail ingediende nadere stukken en de omgevingsvergunning van rechtswege. Wat was de casus?

In deze zaak was er bezwaar aangetekend tegen een geweigerde omgevingsvergunning en had bezwaarmaker zich op het standpunt gesteld dat burgemeester en wethouders niet bevoegd waren om een (weigerings)besluit te nemen omdat er ten tijde van dat besluit al een omgevingsvergunning van rechtswege was verleend. In dat verband betoogt bezwaarmaker dat met een e-mail van 26 juni 2015 de nog ontbrekende gegevens zijn ingediend die benodigd waren voor de beslissing op zijn aanvraag, zodat op die dag de beslistermijn is gaan lopen. Het weigeringsbesluit van 12 augustus 2015 was om die reden volgens hem buiten de zes weken termijn genomen.

In artikel 2.15 van de Awb staat het volgende:

“Een bericht kan elektronisch naar een bestuursorgaan worden verzonden voor zover het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. Het bestuursorgaan kan nadere eisen stellen aan het gebruik van de elektronische weg”.

In artikel 2.17 lid 2 van de Awb staat:

“Als tijdstip waarop een bericht door een bestuursorgaan elektronisch is ontvangen, geldt het tijdstip waarop het bericht zijn systeem voor gegevensverwerking heeft bereikt.”

De gemeente Schouwen-Duiveland heeft op de gemeentelijke website een proclaimer geplaatst waarin, onder meer, is vermeld dat berichten verzonden aan het algemene e-mailadres gemeente@schouwen-duiveland.nl of via het contactformulier als poststuk wordt behandeld. Dat geldt niet voor E-mail gericht aan persoonlijke e-mailadressen van bestuurlijke medewerkers van de gemeente.

De mail die bezwaarmaker had gestuurd, was verzonden aan de behandelend ambtenaar, maar
ter zitting bij de Afdeling is gebleken dat die de e-mail op dezelfde dag, dus op 26 juni 2015 had doorgezonden naar het e-mailadres gemeente@schouwen-duiveland.nl.

Gelet op art. 2.17 lid 2 van de Awb betekende dit dat er van uit diende te worden gegaan dat het
e-mailbericht van bezwaarmaker het systeem van gegevensverwerking van het college op 26 juni 2015 had bereikt. Dat betekent dat de aanvraag compleet was op 26 juni 2015 en op grond van de Algemene termijnenwet voor 11 augustus 2015 diende te worden besloten op de aanvraag om een omgevingsvergunning. Op 12 augustus 2015 waren burgemeester en wethouders niet langer bevoegd om een besluit te nemen, omdat er een vergunning van rechtswege was ontstaan.

Uit deze uitspraak kan worden opgemaakt dat aanvragers alert moeten zijn op de mogelijkheid om stukken digitaal in te dienen, maar dan ook moeten bezien op welke wijze een digitale indiening leidt tot het bereiken van het systeem van digitale gegevensverwerking. Het bestuursorgaan dient er op bedacht te zijn dat het moment van het bereiken van het systeem van digitale gegevensverwerking bepalend is, ook als dat wordt bewerkstelligd doordat een ambtenaar de (op het verkeerde e-mailadres) ingediende gegevens toestuurt naar het emailadres dat is aangewezen voor het toezenden van poststukken.

Wilt u meer weten over bestuursrecht, milieurecht, ruimtelijke ordening? Neem dan contact op met Bart de Haan.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen