Home > Omgevingswet > Zorgappartementen en de aanduiding “bejaardenoord”
Zorgappartementen en de aanduiding “bejaardenoord”

Zorgappartementen en de aanduiding “bejaardenoord”

Met enige regelmaat leiden “oude” bestemmingsplanregels tot interpretatieverschillen. Zo ook in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 4 oktober 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2684) waarin de vraag voorlag of een aanvraag om zorgappartementen te realiseren past binnen de bestemming “maatschappelijke doeleinden” met de aanduiding “bejaardenoord”. Deze uitspraak illustreert goed hoe de Afdeling met dit soort interpretatiekwesties om gaat.

Het bouwplan en de planregeling
Het bouwplan betreft de bouw van drie woongebouwen voor senioren met elk 23 woon-zorg-eenheden (in totaal 69) en één ruimte die wordt gebruikt als algemene ontmoetingsruimte voor de bewoners en vergaderruimte voor zorgverleners (in totaal 3), waarbij één van de drie ruimtes is voorzien van een zusterpost met slaapfaciliteit voor de nachtdienst. Het bouwplan zal worden gerealiseerd op de plaats van een bestaand bejaardentehuis. De bestaande bebouwing op het terrein is sinds 1999 niet meer in gebruik als bejaardentehuis. Op het perceel rust de bestemming “Maatschappelijke doeleinden” met de nadere aanduiding “bejaardenoorden”. Het college stelt zich op het standpunt dat het bouwplan, dat ziet op een combinatie van wonen en zorg, past binnen de op het perceel rustende bestemming. Dit wordt door de appellanten betwist.

Bedoeling van de planwetgever
Allereerst stelt de Afdeling vast dat het begrip “bejaardenoorden” in het bestemmingsplan niet is gedefinieerd. Voorts wordt geconstateerd dat uit de plantoelichting niet zonder meer kan worden opgemaakt wat de planwetgever heeft beoogd mogelijk te maken met de bestemming “bejaardenoorden”. Weliswaar is in deze toelichting vermeld dat in deze bestemming geen bijzondere woonvormen, waaronder bijvoorbeeld woningen ten behoeve van bejaardenzorg meer mogelijk zijn, maar uit de toelichting blijkt daarentegen dat de planwetgever met de aanduiding “bejaardenoorden” het destijds bestaande bejaardencentrum voor ogen heeft had. Dat complex bestond uit een hoofdgebouw en een aantal zelfstandige eenheden (aanleunwoningen). Het feit dat deze aanleunwoningen gelet op de toelichting wél onder het begrip “bejaardenoorden” vallen is voor de Afdeling een aanwijzing dat de planwetgever niet uitsluitend een intramurale instelling voor ogen heeft gehad. Met andere woorden; extramurale zorg waarbij mensen op zichzelf blijven wonen en toch verzorging krijgen valt óók onder de reikwijdte van deze aanduiding.

Algemeen gangbaar spraakgebruik en Van Dale
Bij gebrek aan aanknopingspunten in het bestemmingsplan en de plantoelichting voor de wijze waarop het begrip “bejaardenoorden” dient te worden uitgelegd, mag voor de betekenis van dit begrip worden gekeken naar het algemeen gangbare spraakgebruik. Daarbij mag aansluiting worden gezocht bij de Van Dale. Volgens Van Dale wordt onder het begrip “bejaardenoord” verstaan: “ouderencomplex”. Onder “ouderencomplex” wordt verstaan: “gebouw of gebouwencomplex waar ouderen gehuisvest zijn en waar ze verzorgd worden”. Volgens Van Dale wordt onder “verzorgingstehuis” verstaan: “tehuis waar mensen verzorgd worden die niet (meer) voor zichzelf kunnen zorgen”. Gegeven deze definities voorziet een bejaardenoord in huisvesting van en zorg aan ouderen. Vakliteratuur met betrekking tot zorg, het werkterrein van woningbouwcorporaties en zorgwetgeving zijn daarbij niet relevant, aldus de Afdeling. Dit geldt ook voor de vergelijking met de Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). Deze wordt toegepast bij het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen, waarvan in dit geval juist geen sprake is.

Zorgaspect voldoende ingevuld en verzekerd
Vervolgens toetst de Afdeling of het voor een bejaardenoord kenmerkende zorgaspect voldoende is ingevuld en verzekerd om het bouwplan aan te kunnen merken als een bejaardenoord in de zin van het bestemmingsplan. De Afdeling neemt hierbij onder verwijzing naar de uitspraak van 25 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:936) in aanmerking dat de veranderende opvattingen over en ontwikkeling in de zorg ertoe hebben geleid dat steeds meer andere dan traditionele, meer kleinschalige, initiatieven in het leven worden geroepen, waarbij zorg wordt aangeboden in combinatie met al dan niet meer of minder zelfstandige bewoning. Voor de vraag of het bouwplan in overeenstemming is met de maatschappelijke bestemming, is doorslaggevend of het vereiste zorgaspect voldoende aanwezig en verzekerd is. De Afdeling oordeelt dat hiervan sprake is aan de hand van de volgende omstandigheden:

  • De appartementen zullen worden verhuurd aan hulpbehoevende ouderen en hun eventuele niet hulpbehoevende partners volgens een concept dat uitgaat van bewoning met een verzorgend karakter.
  • De doelstelling van dit concept is om in een hoogwaardige woonomgeving toekomstbestendige huurappartementen te realiseren, waarbij in een kleinschalige omgeving op eigentijdse wijze bejaardenzorg op maat kan worden geboden. Zo zullen de appartementen zijn voorzien van bouwkundige en installatietechnische voorzieningen ten behoeve van het woongemak van ouderen, waarbij eventueel benodigde extra voorzieningen snel en eenvoudig zijn aan te brengen.
  • Het huren van een appartement is alleen mogelijk voor ouderen met ten minste een minimale zorgindicatie (en hun partners) en zijn de appartementen geschikt voor ouderen met een zorgbehoefte overeenkomstig de zorgzwaartepakketten 1 tot en met 8. De huurders zijn contractueel verplicht om een basis-zorgpakket af te nemen, dat eventueel met extra zorg is uit te breiden.
  • In het wooncomplex zal 24 uur per dag een verpleegkundige aanwezig zijn die zo nodig verpleegkundige hulp en op individuele bewoners toegesneden bejaardenzorg aan de bewoners kan bieden, onder meer ter ondersteuning van zelfstandige deelname aan het maatschappelijk verkeer. Zowel de zorg op afspraak als de zorg op afroep via de zusterpost zal worden geleverd door medewerkers van een thuiszorgorganisatie.
  • In het appartementencomplex zullen op ouderen toegesneden services worden aangeboden. Zo bestaat er bijvoorbeeld de mogelijkheid om maaltijden te bestellen, worden er activiteiten en dagbesteding aangeboden, beschikken de appartementen over speciale bedden en een tablet om zorg/hulp te roepen en is er drie dagdelen per week een huismeester aanwezig die lichte zorg kan verlenen.

Tot slot
Deze uitspraak biedt een goed handvat bij de interpretatie van bestemmingsplanregels. Daarnaast geeft deze inzicht onder welke omstandigheden zorgappartementen (nog) vallen onder een maatschappelijke bestemming (en dus geen woonbestemming zoals door de betreffende appellanten gesteld). Daarbij is de Afdeling naar mijn mening terecht tot het oordeel gekomen dat in deze zaak de zorgcomponent overheerst.

Wilt u meer weten over de interpretatie van (onduidelijke) bestemmingsplanregels en/of de mogelijkheid van planologische inpassing van zorgappartementen? Neem contact op met Jasper Molenaar.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen