Home > Algemeen > Maatwerkvoorschriften bij windturbineparken: beperkte speelruimte!
Maatwerkvoorschriften bij windturbineparken: beperkte speelruimte!

Maatwerkvoorschriften bij windturbineparken: beperkte speelruimte!

De ruimte voor gemeenten om maatwerkvoorschriften op te leggen met betrekking tot de milieuhinder van windturbineparken is beperkt. Dat blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1689).
Het bedrijf XL Wind exploiteert een windturbinepark bestaande uit 8 windturbines aan de Nieuwesluisweg te Rotterdam. Enkele omwonenden klaagden over geluidoverlast. De geluidbelasting die windturbineparken op de gevel van geluidgevoelige gebouwen mogen produceren is geregeld in art. 3.14a.1e lid van het Activiteitenbesluit. Dit artikel luidt:

Een windturbine of een combinatie van windturbines voldoet ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder aan de norm van ten hoogste 47 dB Lden en aan de norm van ten hoogste 41 dB Lnight op de gevel van gevoelige gebouwen, tenzij deze zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein, en bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein.

Volgens het derde lid van dat artikel kunnen de gemeenten dan maatwerkvoorschriften stellen:

in afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift in verband met bijzondere lokale omstandigheden normen met een andere waarde vaststellen.

De gemeente Rotterdam had, kennelijk om tegemoet te komen aan de bezwaren van de omwonenden, maatwerkvoorschriften aan XL Wind opgelegd voor de periode tussen 22.50 uur en 06.50 uur. Daarbij waren geluidwaarden vastgesteld die varieerden van 35 dB(A) tot 45 dB(A), afhankelijk van de windsnelheid. Bovendien had de gemeente voorgeschreven, dat er op een bepaalde afstand van het windturbinepark een windmeter moest worden geïnstalleerd, om de windsnelheid op 10 meter hoogte te bepalen, zodat aan het voorschrift kon worden voldaan.

Zowel XL Wind als de omwonenden kwamen hiertegen in beroep. De rechtbank vernietigde het voorschrift dat er een windmeter moest worden geplaatst. De overweging daarbij was, dat het Activiteitenbesluit weliswaar de mogelijkheid biedt om maatwerkvoorschriften te stellen, maar dat mogen geen middelvoorschriften zijn. De exploitant moet voldoen aan de geluidnorm, maar mag zelf uitzoeken hoe hij dat doet. Bepaalde middelen mogen daarbij niet worden voorgeschreven, aldus de rechtbank. De rechtbank vernietigde daarom het middelvoorschrift. Maar de nieuwe geluidnormen, die waren uitgedrukt in dB(A) liet de rechtbank in stand.

In hoger beroep bij de Raad van State kwam XL Wind ook daar tegen op. XL Wind betoogde dat maatwerkvoorschriften niet mogen worden uitgedrukt in een andere norm dan alleen de dB Lden norm. Die klacht werd bij de Raad van State gehonoreerd. De Raad van State oordeelde dat het tekstueel en systematisch gezien niet voor de hand ligt om de woorden normen met een andere waarde in het derde lid zo uit te leggen dat dit mede kan gaan om een geluidnorm in een andere eenheid dan de eenheden van het eerste lid. Noch art. 3.14a, noch enig ander artikel van het Activiteitenbesluit biedt aanknopingspunten voor een dergelijke uitleg. Ook de toelichting bij het Activiteitenbesluit biedt daarvoor geen basis. Integendeel; bij de opname van art. 3.14a is er bewust voor gekozen om voor het geluid van windturbines niet langer de dosismaat dB(A) te hanteren, maar de Europese dosismaten dB Lden en dB Lnight, om zo een grotere eenduidigheid te krijgen in de eisen die gesteld worden aan de geluidproductie van windturbines, met een eenvoudiger uit te voeren en te handhaven berekenings- en beoordelingsmethodiek, aldus de Raad van State. Dat zou worden doorkruist als bij maatwerkvoorschrift andere dosismaten zouden kunnen worden geïntroduceerd. Het maatwerkvoorschrift van de gemeente, dat was uitgedrukt in dB(A), werd daarom vernietigd.

De omwonenden hadden op hun beurt bij de Raad van State beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin was besloten dat het voorschrift om een windmeter te plaatsen, een middelvoorschrift was, dat niet was toegestaan.

Zij kregen van de Raad van State ongelijk. Onder verwijzing naar een eerdere uitspraak (19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:544) wees de Raad van State erop dat art. 3.14a, 3e lid Activiteitenbesluit in zoverre een uitputtende regeling biedt, dat op grond daarvan geen middelvoorschriften mogen worden gesteld. Het voorschrift om een windmeter te plaatsen en daarmee metingen uit te voeren, is louter een middelvoorschrift.

Conclusie
Deze uitspraak maakt de geluidmaterie voor exploitanten van windturbineparken overzichtelijk; er mogen wel maatwerkvoorschriften worden opgesteld maar die moeten worden uitgedrukt in de Europese Lden-norm. De exploitanten moeten zelf uitzoeken hoe zij aan die voorschriften voldoen; middelvoorschriften mag het bevoegd gezag niet stellen.

Wilt u meer weten over bestuursrecht, milieurecht, ruimtelijke ordening? Neem dan contact op met Maarten Baneke.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen