Home > Overheid > Verzoek om herziening van het bestemmingsplan ten onrechte afgewezen!
Verzoek om herziening van het bestemmingsplan ten onrechte afgewezen!

Verzoek om herziening van het bestemmingsplan ten onrechte afgewezen!

Het komt niet vaak voor dat een weigering van de raad om op verzoek een bestemmingsplan vast te stellen wordt vernietigd. Immers, op dat punt komt aan de raad een grote mate van vrijheid toe. In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 juni jl. (ECLI:NL:RVS:2017:1542) wordt echter geoordeeld dat de raad dit weigeringsbesluit niet voldoende zorgvuldig had voorbereid door zich onvoldoende te vergewissen van de ruimtelijke situatie ter plaatse.

Bedrijfsverplaatsing
In deze zaak is een loonbedrijf sinds 2011 met de gemeente Achtkarspelen in overleg over een bedrijfsverplaatsing. Vanwege gebrek aan stallingsruimte en gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden op deze locatie, wil dit bedrijf verhuizen naar een perceel tussen [locatie 1] en [locatie 2]ongeveer anderhalve kilometer verderop. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan staat op dit perceel echter geen loods toe ten behoeve van een loonbedrijf. Het bedrijf heeft de ruimtelijke en landschappelijke haalbaarheid van de door haar gewenste verplaatsing laten onderzoeken. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in een rapport waarin vier locaties tegen elkaar zijn afgewogen. De locatie tussen de percelen [locatie 1] en [locatie 2], om welke locatie het ook ging bij het verzoek om herziening van het bestemmingsplan en bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de bouw van een loods, is als meest geschikte locatie naar voren gekomen.

Na afloop van het onderzoek heeft een bewoner van het perceel [locatie 1] bij het gemeentebestuur aangegeven dat de nieuwe loods enkele tientallen meters verder van zijn perceel af geprojecteerd zou moeten worden, op een alternatieve locatie. Omdat het gemeentebestuur met de wensen van deze omwonende rekening heeft willen houden, heeft hij het loonbedrijf gevraagd de haalbaarheid van verplaatsing naar deze alternatieve locatie (hierna: locatie 2) te onderzoeken. Het bedrijf heeft dit gedaan, waarop de bewoner van [locatie 1] in eerste instantie kon instemmen met deze alternatieve locatie. Toen hij daarna echter aanvullende wensen naar voren bracht ten aanzien van locatie 2, heeft het loonbedrijf niet langer willen wachten en heeft zij het college en de raad verzocht om besluitvorming ten aanzien van locatie 1.

Weigering tot herziening
De raad stelt dat verplaatsing van het loonbedrijf niet alleen mogelijk is naar locatie 1, maar ook naar locatie 2, zijnde de alternatieve locatie. Verder stelt hij dat omwonenden en het loonbedrijf geen overeenstemming hebben bereikt over de nieuwe locatie en dat omwonenden onvoldoende hebben geparticipeerd in de voorbereiding van het ontwerpplan. Ook stelt de raad dat het driehoekige stuk grond met de bestemming “Bedrijventerrein” ten zuidwesten van locatie 1 een bestemming voor weide zou moeten krijgen waardoor er per saldo niet meer bedrijvigheid ontstaat, maar dat de eigenaar van dit stuk grond daarvoor geen toestemming geeft. Als vierde argument voert de raad aan dat de opslagloods voor een vishandel aan [locatie 2] niet zal worden gebouwd, zodat deze loods geen geluidwerende functie meer kan vervullen voor de nieuwe loods van het loonbedrijf op locatie 1.

Participatie en overeenstemming niet vereist
Wat de participatie van omwonenden betreft blijkt uit de stukken dat het loonbedrijf meermalen in overleg is getreden met omwonenden zoals de bewoner van [locatie 1], hoewel dit volgens de Afdeling voorafgaande aan de wettelijk geregelde voorbereidingsprocedure niet is vereist. Voor het mogelijk maken van een ruimtelijke ontwikkeling is bovendien niet vereist dat de initiatiefnemer en omwonenden met elkaar overeenstemming bereiken over de nieuwe locatie. De raad dient immers zelf, na afweging van alle betrokken belangen, een standpunt in te nemen over de aanvaardbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling op een bepaalde locatie, aldus de Afdeling.

De “geluidwerende” loods is al in aanbouw
Verder is van belang dat de raad niet heeft kunnen verduidelijken, ook niet ter zitting, op basis van welke ruimtelijke argumenten hij de situering van de loods op locatie 1 niet en op locatie 2 wel aanvaardbaar acht. Zo is ter zitting komen vast te staan dat de loods aan het [locatie 2] die volgens de raad een noodzakelijke geluidwerende functie moet vervullen indien het loonbedrijf op locatie 1 wordt gevestigd, inmiddels is gebouwd. Het loonbedrijf heeft ter zitting gesteld, hetgeen niet althans niet op overtuigende wijze is weersproken, dat de vergunninghouder ten tijde van het nemen van het bestreden besluit ook al feitelijk een begin had gemaakt met de bouw – de grond was afgegraven en de staalconstructies voor de fundering van de loods lagen al klaar – zodat op dat moment niet viel te verwachten dat de loods op [locatie 2] niet zou worden gebouwd. Dit was dus geen reden om de gevraagde herziening te weigeren.

Wel toestemming en per saldo geen toename van bedrijvigheid
Verder is, daargelaten dat de raad geen instemming van een grondeigenaar nodig heeft om een andere bestemming aan gronden toe te kennen, ter zitting door de eigenaar van een nabij [locatie 1] gelegen driehoekig stuk grond met de bestemming “Bedrijventerrein”, verklaard dat hij ten tijde van het bestreden besluit juist wél bereid was ermee in te stemmen dat dit stuk grond zijn bedrijfsbestemming zou verliezen in ruil voor de bestemmingswijziging die nodig is om een loods voor het loonbedrijf op locatie 1 mogelijk te maken. Anders dan de raad stelt zou met de herziening van het bestemmingsplan per saldo dus niet meer bedrijvigheid in het gebied worden mogelijk gemaakt. Volgens de eigenaar van het nabij gelegen stuk grond zou hij alleen geen toestemming hebben willen geven indien het loonbedrijf zich op locatie 2 zou vestigen, welke locatie in het verzoek juist niet aan de orde is. Gelet op deze verklaring, die door de raad ter zitting niet is weersproken, heeft de raad te lichtvaardig aangenomen dat de eigenaar van het betreffende perceel geen medewerking wilde verlenen aan vestiging van het loonbedrijf op locatie 1.

Commentaar
Het komt niet vaak voor dat weigeringsbesluiten om een bestemmingsplan te herzien dat voorziet in een nieuwe ontwikkeling worden vernietigd. Uit deze uitspraak blijkt duidelijk dat geen of onvoldoende participatie en/of het ontbreken van overeenstemming met de omwonenden geen op zich zelf staande redenen zijn om de gevraagde medewerking te weigering. Verder blijkt dat de raad goed onderzoek moet doen naar de relevante feiten en de ruimtelijke situatie ter plaatse. In dit geval heeft de raad van de gemeente Achtkarspelen dat niet goed gedaan en wordt hij opgedragen om hiervoor alsnog te zorgen in een nieuw besluit op het verzoek.

Heeft u vragen over de weigering om een bestemmingsplan te herzien en/of bedrijfsverplaatsingen? Neem contact op met Jasper Molenaar.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen