Home > Overige > Ladder voor duurzame verstedelijking: kwalitatieve behoefte is niet voldoende om onaanvaardbare leegstand uit te sluiten
Ladder voor duurzame verstedelijking: kwalitatieve behoefte is niet voldoende om onaanvaardbare leegstand uit te sluiten

Ladder voor duurzame verstedelijking: kwalitatieve behoefte is niet voldoende om onaanvaardbare leegstand uit te sluiten

In een uitspraak van 17 mei 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1309) sneuvelt een bestemmingsplan dat onder andere voorziet in een XL-supermarkt. Er is geen onderzoek verricht naar andere realistisch te achten planologische mogelijkheden voor een supermarkt. De conclusie uit het rapport, dat een kwalitatieve behoefte bestaat en dat op grond hiervan vaststaat dat geen onaanvaardbare leegstand ontstaat, wordt door de Afdeling niet gevolgd.

Realistisch te achten planologische mogelijkheden
De Afdeling overweegt met betrekking tot het beroep van een pensioenfonds en de winkeliers op artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dat met de voorgenomen ontwikkeling het totale voor detailhandel bestemde areaal wordt uitgebreid, zonder inkrimping van het bestaande areaal aan detailhandelsbestemmingen. Bij het onderzoek naar de actuele regionale behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet het bestaande regionale aanbod in kaart worden gebracht. In het daartoe opgestelde rapport en het aanvullend memo zijn alléén de actuele supermarktinitiatieven bij de beoordeling van de distributieve ruimte betrokken. Er is geen onderzoek verricht naar andere realistisch te achten planologische mogelijkheden voor een supermarkt.

Ten aanzien van de stelling van de appellanten dat binnen het bestaande bestemmingsplan voor het centrum geen enkele beperking voor de ontwikkeling van supermarkten bestaat, wordt overwogen dat dat niet meebrengt dat alle ruimte waar in theorie een supermarkt gevestigd kan worden in het onderzoek had moeten worden betrokken. Wel had onderzocht moeten worden in hoeverre er realistische mogelijkheden bestaan voor vestiging of uitbreiding van supermarkten. Ter zitting zijn genoemd de uitbreidingsmogelijkheden van een bestaande supermarkt en de mogelijkheden voor uitbreiding van de nieuwe supermarkt in een ander winkelcentrum.

Daarnaast wordt in het behoefterapport gesteld dat niet aannemelijk is dat voor een andere supermarkt (waarvoor ook nog uitbreidingsruimte bestaat), die waarschijnlijk wordt verlaten als de nieuwe XL-supermarkt in gebruik wordt genomen, opnieuw zal worden benut voor een normale supermarkt. Daarvoor bestaat echter volgens de Afdeling geen enkele waarborg, nu geen voornemens bestaan om de bestaande planologische mogelijkheden voor supermarkten te beperken.

Actuele regionale behoefte is niet voldoende onderzocht
De Afdeling is dan ook van oordeel dat de actuele regionale behoefte aan de voorziene supermarkt niet deugdelijk is onderzocht. De conclusie dat er een kwalitatieve behoefte bestaat, en dat op grond van die kwalitatieve behoefte vaststaat dat geen onaanvaardbare leegstand ontstaat, kan niet worden gevolgd. Die conclusie is volgens de Afdeling immers mede gebaseerd op een berekening van de omvang van het overaanbod, aan welke berekening gelet op de hierboven weergegeven overwegingen gebreken kleven. De Afdeling geeft nog wel mee dat het op zich niet is uitgesloten dat de kwalitatieve aspecten die samenhangen met een grote supermarkt met ruime parkeergelegenheid aanleiding kunnen geven voor de conclusie dat, ondanks een zeker overaanbod in het supermarktsegment, niet een uit ruimtelijk oogpunt onaanvaardbare leegstand ontstaat.

De “nieuwe” Ladder
Op 1 juli 2017 treedt de gewijzigde Ladder in werking. In deze “nieuwe” regeling verandert er niets ten aanzien van de begrippen “bestaand stedelijk gebied” en “nieuwe stedelijke ontwikkeling”. Het begrip “actuele regionale behoefte” wordt vervangen door ‘behoefte”. Daarin ligt besloten dat voor het behoefte onderzoek (slechts) het verzorgingsgebied van de ontwikkeling van belang is en niet de regio. De derde trede, die nu een passende ontsluiting voorschrijft, komt te vervallen. Tot slot wordt ook het behoefteonderzoek voor wijzigings- en uitwerkingsplannen doorgeschoven tot het moment dat deze plannen worden vastgesteld. Minister Schultz van Haegen (IenM) heeft vandaag in verband met de nahangprocedure het besluit van 21 april 2017 tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening naar de Tweede Kamer gestuurd.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen