Home > Bestuursrecht > Spoedeisende bestuursdwang op grond van de zorgplicht in de Woningwet
Spoedeisende bestuursdwang op grond van de zorgplicht in de Woningwet

Spoedeisende bestuursdwang op grond van de zorgplicht in de Woningwet

Bestuursorganen hebben ingevolge artikel 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht de bevoegdheid om in spoedeisende gevallen te besluiten om bestuursdwang toe te passen zonder voorafgaande last. De overtreder krijgt dan geen termijn om zelf maatregelen te nemen. In zeer spoedeisende gevallen kan bestuursdwang zelfs in het geheel zonder besluit worden toegepast. Deze beslissing moet achteraf wel op schrift worden gesteld en bekend worden gemaakt aan de overtreder. In de uitspraak van 19 april 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1067) gaat het (onder meer) om de vraag of het college van burgemeester en wethouders van Goirle terecht spoedeisende bestuursdwang heeft toegepast op grond van artikel 1a van de Woningwet. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt van wel.

Toepassing
In deze zaak heeft het college besloten om spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens scheurvorming in een pand. Deze herstelsanctie richt zich tegen de eigenaar van het pand en tegen de gebruikers van het pand die op de begane grond een restaurant hebben en op de eerste verdieping wonen (de appellanten). Het college heeft op de begane grond negen stempels laten plaatsen ter ondersteuning van de eerste verdiepingsvloer (het stempelbesluit). Het college baseert de toepassing van de spoedeisende bestuursdwang op artikel 1a, eerste lid, van de Woningwet:

“De eigenaar van een bouwwerk, open erf of terrein of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen draagt er zorg voor dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, open erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.”

De eigenaar van het pand stelt echter dat artikel 1a, eerste lid, van de Woningwet niet als grondslag kan dienen van het handhavend optreden door het college. Volgens hem heeft dit artikel een vangnetfunctie, wat betekent dat deze bepaling pas als grondslag mag worden gebruikt als handhavend optreden op basis van een specifieke regeling niet mogelijk is. Omdat het Bouwbesluit 2012 voorziet in een expliciete regeling over constructieve veiligheid, kon het college de toepassing van de bestuursdwang niet baseren op artikel 1a van de Woningwet.

Oordeel Afdeling
Ter beoordeling van dit betoog wijst de Afdeling allereerst op een eerdere uitspraak uit 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BM0179) waarin zij heeft overwogen dat artikel 1a van de Woningwet blijkens de wetsgeschiedenis als vangnet dient. Deze vangnetfunctie houdt in dat de zorgplicht voorziet in gevallen die niet expliciet in de Woningwet of in onderliggende regelgeving zijn geregeld. Dit sluit aan bij soortgelijke bepalingen zoals opgenomen in artikel 1.1a van de Wet milieubeheer en artikel 13 van de Wet bodembescherming. Aldus komt handhavend optreden op grondslag van artikel 1a, eerste lid, van de Woningwet pas aan de orde, wanneer in het concrete geval geen bij of krachtens de Woningwet gegeven voorschrift van meer specifieke aard valt aan te wijzen op grond waarvan in afdoende mate kan worden opgetreden ter voorkoming of beëindiging van het geconstateerde gevaar.

Vervolgens roept de Afdeling een andere uitspraak uit 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3550) in herinnering. In deze uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat uit de wetsgeschiedenis van artikel 1a van de Woningwet ook volgt, dat de aard en omvang van het gevaar bepalend zijn voor de te treffen maatregelen en voor hetgeen in een concreet geval mag worden verwacht. Bij een acuut gevaar kunnen dit naast definitieve (eind)maatregelen ook tijdelijke beheersmaatregelen zijn. De maatregelen moeten objectief bezien geschikt zijn om het gevaar te voorkomen of te beperken.

Ter zitting heeft het college erkend dat zij niet kan aantonen dat het Bouwbesluit 2012 is overtreden. Om die reden heeft het college in het stempelbesluit het standpunt ingenomen dat het zeer waarschijnlijk is dat niet wordt voldaan aan de voorschriften over constructieve veiligheid uit het Bouwbesluit. De gevaarzetting die daaruit voortvloeit, was volgens het college dermate groot dat het niet verantwoord was om nader onderzoek ter zake af te wachten.

De Afdeling oordeelt dat aangezien op grond van artikel 1a van de Woningwet ook tijdelijke beheersmaatregelen kunnen worden genomen bij een acuut gevaar, de enkele omstandigheid dat in het Bouwbesluit 2012 specifieke voorschriften over constructieve veiligheid staan géén aanleiding vormt voor het oordeel dat het college niet handhavend kon optreden op grond van dit artikel. Het betoog van de eigenaar van het pand faalt.

Conclusie
Deze uitspraak toont dat ondanks het feit dat artikel 1a van de Woningwet een vangnetfunctie heeft, bestuursorganen op grondslag van dit artikel spoedeisende bestuursdwang kunnen toepassen door zowel definitieve maatregelen als tijdelijke beheersmaatregelen te nemen die geschikt zijn om een acuut gevaar te voorkomen of te beperken. Staat in een concreet geval niet vast dat er voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 zijn overtreden, dan kunnen bestuursorganen hun keuze voor spoedeisende bestuursdwang baseren op artikel 1a van de Woningwet door in het bestuursdwangbesluit te vermelden dat overtreding van deze voorschriften zeer waarschijnlijk is en dat de gevaarzetting die daaruit voortvloeit dermate groot is dat het onverantwoord is om nader onderzoek ter zake af te wachten.

Wilt u meer weten over spoedeisende bestuursdwang? Neem contact op met Jelmer Keur, advocaat sectie Overheid & Vastgoed.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen