Home > Bestuursrecht > Alweer: parkeren en bestemmingsplan
Alweer: parkeren en bestemmingsplan

Alweer: parkeren en bestemmingsplan

Bestemmingsplannen moeten ondubbelzinnig en objectief duidelijk zijn.
Hoofdregel is, dat een burger rechtstreeks uit het bestemmingsplan moet kunnen lezen, wat er wel of niet mag op een bepaalde locatie. Een plan waarin bepaalde bestemmingen of afwijkingen bijvoorbeeld afhankelijk worden gesteld van “naar het oordeel van burgemeester en wethouders” voldoet niet aan die eisen.
Sinds 2014 mag echter wèl worden verwezen naar gemeentelijk beleid. Maar dat moet dan wel goed zijn verankerd en de verwijzing moet duidelijk zijn. Daarbij gaat het nog wel eens mis.

Sinds 1 november 2014 bepaalt het Besluit ruimtelijke ordening dat een bestemmingsplan regels mag bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels (art. 3.1.2, 2e lid sub a Bro). Zo kan bij de verlening van omgevingsvergunningen om te bouwen de uitleg van het begrip “voldoende parkeerruimte” afhankelijk worden gesteld van gemeentelijk parkeerbeleid. Mits dat is vastgelegd in beleidsregels.

Met de inwerkingtreding van de Reparatiewet Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2014, op 29 november 2014, hebben de stedenbouwkundige bepalingen uit bouwverordeningen hun gelding verloren in geval van een bestemmingsplanwijziging (zie voor een toepassing: Raad van State 9 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2851).
In bestemmingsplannen zelf moeten nu dus parkeernormen worden opgenomen. Die mogen afhankelijk worden gesteld van gemeentelijk parkeerbeleid. Maar dan moet wel heel duidelijk worden aangegeven aan welke normen en aan welke beleidsregels er moet worden getoetst.

Onlangs deed de Raad van State daarover weer een uitspraak (26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1152) .

De raad van de gemeente Lochem had een bestemmingsplan vastgesteld, waarin een planregel luidde:

“de Omgevingsvergunning voor bouwen kan alleen worden verleend als bij nieuwbouw wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.”

Wat daaronder moest worden verstaan, stond in de regels verder niet. In de toelichting bij het bestemmingsplan stond wel, dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning om te bouwen moest worden getoetst aan de parkeerbalans die als bijlage bij de plantoelichting was gevoegd en die was gebaseerd op richtlijnen in de CROW-publicatie 317. De Raad van State vond echter dat daaraan geen betekenis kon worden toegekend, omdat de plantoelichting geen bindend onderdeel van een bestemmingsplan is. Omdat bleek dat de raad kennelijk had bedoeld dat bij de beoordeling van een omgevingsvergunning voor wat betreft parkeren zou worden getoetst aan die CROW-parkeeroverlast, terwijl dat niet in de planregels was voorgeschreven, was het plan vastgesteld in strijd met de zorgvuldigheid die bij de voorbereiding in acht moet worden genomen. Omdat dit gebrek door de raad wel zou kunnen worden hersteld paste de Raad van State de bestuurlijke lus toe en werd aan de raad de gelegenheid gegeven om dit gebrek binnen twintig weken na de uitspraak te herstellen.

De raad had beter kunnen weten. Met zijn uitspraak van 17 juni 2015 ECLI:NL:RVS:2015:1862 met betrekking tot een bestemmingsplan in de gemeente Utrecht had de Raad van State precies hetzelfde uitgesproken. Een verwijzing naar vastgestelde beleidsregels is bij parkeren toegestaan, mits die verwijzing dringend wordt voorgeschreven in de planregels en niet alleen in de toelichting. Met betrekking tot een bestemmingsplan in de gemeente Utrecht had de Raad van State precies hetzelfde uitgesproken. Een verwijzing naar vastgestelde beleidsregels is bij parkeren toegestaan, mits die verwijzing dringend wordt voorgeschreven in de planregels en niet alleen in de toelichting.

Conclusie
Parkeerperikelen vormen nogal eens een belangrijk bezwaar van omwonenden. Gemeenten verwijzen daarbij vaak naar hun eigen parkeerbeleid maar doen dat niet altijd zorgvuldig genoeg. Bovendien moet het eigen parkeerbeleid ook zorgvuldig worden toegepast. Burgers kunnen niet alleen aanspraak maken op heldere bestemmingsplannen, maar ook op heldere beleidsregels die vervolgens door het bestuur goed worden toegepast. De verwijzing naar vastgelegd beleid die sinds 2014 in het Besluit ruimtelijke ordening staat geeft gemeenten gelukkig wel meer flexibiliteit. Voor veranderende inzichten op het gebied van parkeren hoeven niet alle bestemmingsplannen opnieuw te worden vastgesteld.

Wilt u meer weten over bestuursrecht, ruimtelijke ordening? Neem dan contact op met Maarten Baneke.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen