Home > Bestuursrecht > Bestuurlijke boete voor het te warm vervoeren van vlees
Bestuurlijke boete voor het te warm vervoeren van vlees

Bestuurlijke boete voor het te warm vervoeren van vlees

Op 20 maart 2017 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) uitspraak gedaan over een boetebesluit in verband met een te hoge temperatuur van vlees. De overtreder (het Bedrijf) exploiteert een levensmiddelenbedrijf waar kalfsvlees, vleesproducten en bijproducten worden verwerkt en in de handel gebracht. Deze producten worden gekoeld in de koelcel en/of koelwagen. Bij controles van de toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zijn overtredingen op grond van onder meer de Wet Dieren (artikel 6.2 lid 1) geconstateerd. De verweerder (de Staatssecretaris) heeft succesvol hoger beroep ingesteld bij het CBb, nadat de rechter het boetebesluit had vernietigd. Het CBb is met de Staatssecretaris van mening dat de toepasselijke wet- en regelgeving ten doel heeft om met de voedselveiligheid een hoog niveau van bescherming voor de consument te garanderen. Er is hier geen plaats voor een ruime uitleg van de begrippen in de Verordening (EG) nr. 853/2004 (Verordening). Daarmee zou afbreuk worden gedaan aan voornoemde waarborgen.

Feiten
Op 28 januari 2014 en 14 maart 2014 heeft een toezichthouder van de NVWA bij zijn controles in het Bedrijf geconstateerd dat vlees werd verladen boven de maximaal wettelijk vereiste temperatuur van 7° Celsius. Dit was aanleiding om boetes op te leggen wegens overtreding van onder meer de Wet Dieren en de Verordening. Het Bedrijf heeft tegen het boetebesluit rechtstreeks succesvol beroep ingesteld bij de rechtbank, die haar in het gelijk heeft gesteld. Hierna heeft de Staatssecretaris hoger beroep ingesteld bij het CBb.

Verweer overtreder
Het Bedrijf voert aan dat zij niet in strijd heeft gehandeld met de Verordening, omdat de overschrijding van de grens van 7° Celsius is gemeten op het moment van verladen en niet op het moment dat het vlees werd vervoerd. Het vervoer zou pas aanvangen indien de koelwagen aan het verkeer op de openbare weg deelneemt. Er moet een feitelijke verplaatsing van karkassen zijn met een vervoermiddel als begin van transport van afnemers.

Verder heeft het Bedrijf haar bedrijfsproces inzake de koeling toegelicht. Als het vlees meer dan 11° Celsius is, wordt het niet verladen in een koelwagen maar eerst doorgekoeld in een koelcel. Als het vlees dan een lagere temperatuur heeft wordt het verladen in een koelwagen. Vlees dat bij het verladen in de koelwagen een temperatuur heeft van meer dan 7° Celsius wordt niet vervoerd, maar doorgekoeld in een koelwagen op het bedrijfsterrein.

Oordeel CBb
Het CBb oordeelt dat het vervoer aanvangt op het moment dat het vlees wordt verladen in de koelwagen. Hierdoor werd door het Bedrijf niet voldaan aan de voorwaarde dat het vlees een temperatuur van niet meer dan 7° Celsius moet hebben voordat het kan worden vervoerd. De koelwagen maakt immers geen onderdeel uit van het slachthuis. Het is geen eenheid van een levensmiddelenbedrijf en is daarmee geen inrichting. Een koelwagen is naar zijn aard bestemd voor het vervoer van vlees en niet voor het uitslachten van vlees.

Voorts concludeert het CBb dat de Verordening ten doel heeft om met de voedselveiligheid een hoog niveau van bescherming van de consument te garanderen. Er is dus geen plaats voor ruime uitleg van de begrippen in de Verordening, welke afbreuk zouden kunnen doen aan deze waarborgen. Het bedrijf meet de temperatuur van het vlees niet meer, maar stelt het vast op basis van algemene ervaringsregels. Dit kan niet worden aangemerkt als een afdoende methode om vast te stellen dat het vlees de vereiste temperatuur heeft bereikt om te mogen worden vervoerd. Deze handelwijze doet derhalve afbreuk aan de waarborgen van de Verordening.

Conclusie
In deze kwestie was niet in het geschil dat de temperatuur van het vlees boven de toegestane temperatuur was ten tijde van de controle door de toezichthouder van het NVWA. Toch zag de overtreder voldoende reden om het boetebesluit aan te vechten. Hierbij wenste de overtreder een verduidelijking van de toepasselijke wet- en regelgeving op zijn specifieke casus. Het heeft hier alle schijn van exceptieve toetsing (de Verordening onverbindend laten verklaren voor een bepaald gedeelte).

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen