Home > Bestuursrecht > De uitvoerbaarheid van een wijzigingsbevoegheid
De uitvoerbaarheid van een wijzigingsbevoegheid

De uitvoerbaarheid van een wijzigingsbevoegheid

Hoe zit het ook al weer met de toets van de uitvoerbaarheid van een wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan? In een uitspraak van 29 maart 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:822) geeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State duidelijk aan dat niet hoeft vast te staan dat van de wijzigingsbevoegdheid gebruik zal worden gemaakt binnen de planperiode van tien jaar. Aannemelijk moet zijn dat in die periode van de wijzigingsbevoegdheid gebruik kan worden gemaakt.

Verplaatsing palingrokerij
In deze zaak ging het om de mogelijke verplaatsing van een palingrokerij. De huidige rokerij staat niet binnen het plangebied. Het betreffende bestemmingsplan maakt met de wijzigingsbevoegdheid alleen mogelijk dat de rokerij in de toekomst naar het plangebied kan worden verplaatst. Dat kan het geval zijn als de huidige locatie van de rokerij wordt herbestemd voor woningbouw. Hoewel dit in het huidige woningbouwprogramma van de gemeente niet is voorzien, kan dat veranderen als de woningmarkt verder aantrekt. Dat de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid daarom onzeker is, betekent volgens de raad van de gemeente Kampen niet dat die niet mocht worden vastgesteld. Pas als een wijzigingsplan wordt vastgesteld, zal de financiële uitvoerbaarheid in detail worden beoordeeld, aldus de raad.

Het oordeel
De Afdeling gaat mee in de redenering van de raad. Van belang daarbij is dat de Afdeling in een uitspraak van 22 februari 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BV6561), in het kader van het bestemmingsplan dat vigeert op de huidige locatie van de rokerij, reeds had overwogen dat uit een onderzoek volgt dat verplaatsing van de rokerij technisch mogelijk is. Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat de kosten voor de verplaatsing zodanig groot zullen zijn dat ten tijde van de vaststelling van het plan voor de raad duidelijk had moeten zijn dat om deze reden de wijzigingsbevoegdheid niet kan worden gebruikt. Ook de door appellanten genoemde omstandigheid dat een projectontwikkelaar de kosten voor de verplaatsing zal moeten dragen, betekent niet dat de wijzigingsbevoegdheid niet kan worden gebruikt.

Dat de rokerij volgens de appellanten op de huidige, historische, locatie gevestigd moet blijven, kan in het kader van de onderhavige procedure volgens de Afdeling niet aan de orde komen. Het plan maakt het weliswaar mogelijk dat met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid aan de verplaatsing van de rokerij wordt meegewerkt, maar verplicht hiertoe niet. Het plangebied strekt zich ook niet uit tot de huidige locatie van de rokerij. Als voor deze locatie een bestemmingsplan wordt vastgesteld waarvan de uitvoering het noodzakelijk maakt dat de rokerij wordt gesloopt of verplaatst, dan kunnen belanghebbenden tegen dat besluit rechtsmiddelen aanwenden waarbij zij dit argument kunnen aanvoeren, aldus de Afdeling.

Slotsom
Gelet op het voorgaande acht de Afdeling het aannemelijk dat binnen de planperiode gebruik kan worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid. Deze uitspraak illustreert dat aan deze aannemelijkheidstoets relatief snel wordt voldaan. Een appellant moet van goeden huize komen om het tegendeel aannemelijk te maken.

Wilt u meer weten over wijzigingsbevoegdheden in bestemmingsplannen? Neem contact op met Jasper Molenaar.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen