Home > Onteigening en gedoogplichten > Rechtbank Zeeland-West Brabant past ‘nieuwe’ eliminatieregels toe, het blijft lastig..
Rechtbank Zeeland-West Brabant past ‘nieuwe’ eliminatieregels toe, het blijft lastig..

Rechtbank Zeeland-West Brabant past ‘nieuwe’ eliminatieregels toe, het blijft lastig..

De gemeente Terneuzen onteigent grond die agrarisch in gebruik is voor de uitvoering van het bestemmingsplan “Glastuinbouwgebied Kanaalzone” dat in 2008 is vastgesteld. Dit plan voorziet in de komst van een nieuw glastuinbouwgebied in (gedeelten van) de Koegorspolder, de Smidsschorrepolder en de Autrichepolder. Op grond van voornoemd bestemmingsplan rustte op de peildatum op het onteigende (o.a.) de bestemming “glastuinbouwdoeleinden “. Uit de uitspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan blijkt dat de bestemming zou worden gerealiseerd door het uitgeven van de bestemmingsgronden, zodat die – naar wij aannemen – door tuinders zouden kunnen worden bebouwd.

In maart 2015 deponeren deskundigen hun rapport. Daarin concluderen zij dat bij de waardering van de gronden geen rekening moet worden gehouden met het bestemmingsplan “Glastuinbouwgebied Kanaalzone” omdat dat bestemmingsplan moet worden geëlimineerd op grond van artikel 40c Onteigeningswet. Volgens deskundigen was er voorafgaande aan het bestemmingsplan al een voldoende concreet plan voor het werk. Uit het vonnis van de rechtbank blijkt niet op welk concreet plan deskundigen doelen. Wel blijkt dat deskundigen van oordeel zijn dat het plan voor het werk nog niet geheel hoeft te zijn uitgewerkt op het moment dat het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

Op 15 januari 2016 wijst de Hoge Raad vervolgens een aantal arresten over de toepassing van het eliminatiebeginsel bij onteigening. De Hoge Raad strekt de teugels stak aan en oordeelt (o.a.) dat het eliminatiebeginsel  terughoudend moet worden toegepast en dat alleen overheidswerken mogen worden geëlimineerd. Van een overheidswerk is volgens de Hoge Raad geen sprake indien de gronden slechts door de onteigenende overheid bouwrijp worden gemaakt. De Hoge Raad maakt korte metten met vonnissen waarin vage en algemene plannen die nog uitwerking behoeven worden geëlimineerd.

Vreemd genoeg zien deskundigen in de arresten van de Hoge Raad geen aanleiding om hun advies aan te passen. Volgens hen wordt de bestemming voor rekening en risico van N.V. Zeeland Seaports uitgevoerd en hoewel Seaports geen publiekrechtelijke rechtspersoon is in de zin van artikel 2:1 BW vinden zij dat er toch sprake is van een overheidswerk. Deskundigen vergelijken N.V. Zeeland Seaports met Prorail, een private partij die het spoornetwerk in Nederland beheert. Het vonnis maakt niet duidelijk welke betekenis deskundigen toekennen aan het feit dat de gemeente en N.V. Zeeland Seaports kennelijk niet meer doen dan het bouwrijp maken en daarna uitgeven van de glastuinbouwgronden.

De rechtbank volgt de deskundigen niet. Anders dan deskundigen is de rechtbank van oordeel dat de Hoge Raad duidelijk heeft bepaald dat van een overheidswerk slechts sprake is indien het werk tot stand wordt gebracht voor rekening en risico van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:1 lid 1 en 2 BW. Omdat N.V. Zeeland Seaports geen publiekrechtelijke rechtspersoon is, is er volgens de rechtbank geen sprake van een overheidswerk. Deskundigen moeten de waarde opnieuw begroten, en dan aan de hand van de bestemming waarvoor is onteigend.

Commentaar

De Hoge Raad heeft in het arrest Goense/ Zeeland inderdaad bepaald dat alleen kan worden geëlimineerd indien het werk waarvoor onteigend wordt tot stand wordt gebracht door een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:1 BW. Echter, in de literatuur wordt wel aanvaard dat de Hoge Raad hier een (kleine) misstap heeft gemaakt. Er zijn immers ook heel wel onteigeningen denkbaar waarin de onteigenende partij geen publiekrechtelijke rechtspersoon is, zoals Prorail. Niet valt in te zien waarom onteigeningen ten behoeve van spoorlijnen anders zouden moeten worden behandeld dan bijvoorbeeld onteigeningen ten behoeve van wegen. Daar komt bij dat de Hoge Raad ter motivering heeft verwezen naar parlementaire geschiedenis bij een wetvoorstel dat het niet heeft gehaald.

Het voorgaande wil echter niet zeggen dat deskundigen het wat ons betreft bij het juiste einde hadden. Waar het naar ons idee om gaat bij de kwalificatie ‘overheidswerk’ is dat het werk waarvoor onteigend wordt door (voor rekening en risico van) de onteigenende partij zelf wordt uitgevoerd. Dat kan dus Prorail zijn die een spoor laat aanleggen of een gemeente die onteigent voor de bouw van een nieuwe bibliotheek. In het onderhavige geval deed de onteigenende partij (de gemeente dus) zelf niets met de grond. De grond werd door de gemeente geleverd aan N.V. Zeeland Seaports die de gronden op haar beurt weer uitgaf aan tuinders.  Het zijn deze tuinders die de bestemming ‘glastuinbouw’ daadwerkelijk verwezenlijken, zij bouwen immers (naar mag worden aangenomen voor eigen rekening en risico) de kassen. Er is in de onderhavige situatie naar ons oordeel dan ook zeker geen sprake van een overheidswerk. De rechtbank komt wat ons betreft dan ook tot de juiste slotsom: geen eliminatie.

Heeft u vragen over onteigening? Neem contact op met de onteigeningsspecialisten van Dirkzwager, Hanna Zeilmaker of Joske Hagelaars.

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen