Home > Overheid > Wet openbaarheid van bestuur: (gedeeltelijke) openbaarmaking handleiding van snelheidscontrolesystemen terecht geweigerd
Wet openbaarheid van bestuur: (gedeeltelijke) openbaarmaking handleiding van snelheidscontrolesystemen terecht geweigerd

Wet openbaarheid van bestuur: (gedeeltelijke) openbaarmaking handleiding van snelheidscontrolesystemen terecht geweigerd

Op 8 februari 2017 heeft de Raad van State (hierna: de Afdeling) geoordeeld dat de Minister van Veiligheid en Justitie terecht heeft geweigerd om de door de politie gebruikte meetmiddelen openbaar te maken.

De Stichting Onafhankelijk Mobiliteitsadvies (hierna: SOM) had de Minister van Veiligheid en Justitie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verzocht om openbaarmaking van de verschillende meetmiddelen die de diverse Nederlandse politiekorpsen gebruiken om snelheidsovertredingen waar te nemen. Het ging SOM om informatie over de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de snelheidsmetingen plaatsvinden.

De minister weigerde openbaarmaking, en beriep zich onder meer op de in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c van de Wob opgenomen uitzonderingsgrond over vertrouwelijk aan de overheid meegedeelde bedrijfs- en fabricagegegevens. Hij voerde kort gezegd aan dat de gevraagde informatie (zoals onder meer neergelegd in handleidingen bij de meetmiddelen) bedrijfs- en fabricagegegevens zou bevatten. Uit deze gegevens zouden volgens de minister wetenswaardigheden kunnen worden afgeleid over de technische bedrijfsvoering van de meetmiddelenproducent. Openbaarmaking zou daarom de positie van de meetmiddelenproducent ten opzichte van de concurrentie verslechteren.

Hoger beroep

In hoger beroep betoogde SOM dat de minister niet aan haar verzoek had voldaan. De minister zou het Wob-verzoek te beperkt hebben opgevat doordat hij bij zijn beoordeling niet alle in Nederland gebruikte snelheidsmeetmiddelen had betrokken. Bovendien, zo stelde SOM, zouden in de geweigerde documenten geen bedrijfs- of fabricagegegevens staan.

Oordeel Afdeling

De Afdeling oordeelt na het inzien van de vier onder geheimhouding ingezonden handleidingen dat de minister terecht bepaalde gedeelten in de handleidingen als bedrijfs- en fabricagegegevens heeft aangemerkt. In de gemarkeerde passages in de handleidingen staat gedetailleerd beschreven hoe de snelheidscontrolesystemen werken en wat de mogelijkheden en beperkingen zijn. Het gaat naar het oordeel van de Afdeling dan ook om concurrentiegevoelige informatie van de producenten van de meetsystemen Bovendien is de in de handleidingen opgenomen informatie door de producenten vertrouwelijk aan het landelijk parket-team verkeer meegedeeld. De Afdeling meent daarom dat de gemarkeerde gedeelten van de vier handleidingen niet openbaar hoeven te worden gemaakt. De overige informatie uit de handleiding moet door de minister alsnog worden verstrekt.

Commentaar: de uitzonderingsgrond vertrouwelijke bedrijfs- en fabricagegegevens nader beschouwd

Bovenstaande uitspraak van de Afdeling is niets nieuws onder de zon. Toch biedt deze uitspraak een interessant opstapje om kort stil de staan bij de betekenis van de in deze uitspraak centraal staande uitzonderingsgrond “bedrijfs- en fabricagegegevens” (artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c van de Wob). Deze uitzonderingsgrond, die volgens Afdelingsjurisprudentie restrictief moet worden uitgelegd (zie bijvoorbeeld ABRvS 29 april 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD0771) is absoluut. Als het Wob-verzoek betrekking heeft op bedrijfs- of fabricagegegevens, kan een bestuursorgaan dus ook zonder nadere belangenafweging besluiten de gevraagde informatie niet openbaar te maken.

Bedrijfs- en fabricagegegevens

Bij bedrijfs- en fabricagegegevens gaat het volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling gegevens waaruit “wetenswaardigheden kunnen worden afgelezen of afgeleid met betrekking tot de technische bedrijfsvoering of het productieproces dan wel met betrekking tot de afzet van producten of de kring van afnemers en leveranciers” (zie bijvoorbeeld ABRvS 17 juli 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE5445). In dit verband kan bijvoorbeeld worden gewezen op een uitspraak van de Afdeling van 23 april 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1403). Volgens de Afdeling kon uit een rapport over botsrisico’s van treinen wetenswaardigheden worden afgeleid over de technische bedrijfsvoering van het bedrijf dat het rapport heeft opgesteld. Daarentegen meende de Afdeling dat geen sprake van bedrijfs- en fabricagegegevens is bij namen van onderzoeken die door vergunninghouders voor dierexperimenten worden verricht (zie ABRvS 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3976). Hoewel door openbaarmaking van de namen van onderzoeken bekend zou worden waarnaar onderzoek wordt gedaan, kunnen daaruit naar het oordeel van de Afdeling geen wetenswaardigheden worden afgelezen of afgeleid met betrekking tot bedrijfs- en fabricagegegevens.

Vertrouwelijkheid

Naast het feit dat het moet gaan om bedrijfs- en fabricagegegevens, is het voor toepassing van artikel 10, eerste lid, onder c, Wob vereist dat de betreffende gegevens vertrouwelijk aan de overheid zijn verstrekt. Daarvan is in elk geval geen sprake als het gegevens betreft die niet door een onderneming in vertrouwelijkheid aan de overheid zijn verstrekt, maar door het bestuursorgaan zelf zijn verzameld (ABRvS 16 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1952). Een vergunningvoorschrift op grond waarvan bepaalde informatie verplicht en vertrouwelijk aan de overheid moet worden overlegd, kan wel aanleiding zijn om aan te nemen dat de bedrijfs- en fabricagegegevens vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld (zie ABRvS 7 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1612).

Een blik vooruit: vertrouwelijk verstrekte bedrijfs- en fabricagegegevens onder de Woo

De Wet open overheid (‘Woo’), die op termijn de Wob zal vervangen, bevat eveneens de uitzonderingsgrond van bedrijfs- en fabricagegegevens. Een belangrijk verschil is echter dat deze uitzonderingsgrond niet langer absoluut is, maar relatief. Concreet betekent dit dat er bij de toepassing van deze uitzonderingsgrond een belangenafweging plaats moet vinden: openbaarmaking blijft alleen achterwege als het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van “bedrijfs- en fabricagegegevens die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld”. Dit zou er wellicht toe kunnen leiden dat een verzoek om openbaarmaking van bedrijfs- en fabricagegegevens vaker door het bestuursorgaan moet worden toegewezen. Dat het bestuursorgaan een belangafweging moet maken, zal er waarschijnlijk ook toe leiden dat de op hen rustende motiveringsplicht wordt verzwaard. Immers, per concreet verzoek zal het belang van openbaarmaking moeten worden afgewogen tegen het belang van bescherming van vertrouwelijk verstrekte bedrijfs- en fabricagegegevens. Vooralsnog blijft het, tot inwerkingtreding van de Woo, echter speculeren of door ondernemingen verstrekte vertrouwelijk bedrijfs- en fabricagegegevens makkelijker openbaar zullen worden.

Heeft u naar aanleiding van bovenstaande nog vragen? Neem dan gerust contact op met Roos Molendijk, specialist Wet openbaarheid van bestuur

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen