Home > Aanbestedingsrecht > Wanneer mag een aanbesteder om een toelichting op de inschrijving vragen?
Wanneer mag een aanbesteder om een toelichting op de inschrijving vragen?

Wanneer mag een aanbesteder om een toelichting op de inschrijving vragen?

Wanneer, aan wie en hoe mag een aanbestedende dienst een toelichting op de inschrijving vragen? In een recent gepubliceerd advies geeft de Commissie van Aanbestedingsexperts drie juridische kaders voor verschillende soorten te vragen toelichtingen.

Algemene toelichtingen

Op grond van art. 2.55 Aanbestedingswet mag een aanbestedende dienst algemene toelichtingen vragen aan inschrijvers. Deze bevoegdheid wordt volgens de CvAE echter wel ingekleurd door de Europese jurisprudentie, met name het SAG-arrest. Een algemeen verzoek om inlichtingen moet volgens de CvAE aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • een toelichting mag pas worden gevraagd nadat de aanbestedende dienst kennis heeft genomen van alle inschrijvingen;
  • in het verzoek om inlichtingen moeten alle punten worden genoemd die in de ogen van de aanbestedende dienst onnauwkeurig zijn of niet overeenstemmen met de technische specificaties van het bestek;
  • de redenen waarom de aanbestedende dienst vermoedt dat de inschrijving onnauwkeurig is of niet voldoet aan de technische specificaties van het bestek, moeten worden gemotiveerd;
  • het verzoek moet gelijktijdig worden gestuurd aan alle inschrijvers die zich in dezelfde situatie bevinden.

Dit kader geldt volgens de CvAE ook voor een algemene inlichtingenbevoegdheid opgenomen in de aanbestedingsstukken.

Afhankelijk van de verstrekte inlichtingen, moet de inschrijving verder in behandeling worden genomen of ongeldig worden verklaard. Als de inschrijver geen inlichtingen verstrekt, moet de inschrijving volgens de CvAE ongeldig worden verklaard. In de ongeldigverklaring moet de aanbestedende dienst als reden voor de ongeldigverklaringen alle onderdelen noemen die onnauwkeurig zijn of niet voldoen aan de technische specificaties van het bestek. Dit mogen geen andere redenen zijn dan vermeld in het verzoek om een toelichting.

Specifieke toelichtingen: abnormaal laag

Naast de algemene bevoegdheid om toelichtingen te vragen, heeft de aanbestedende dienst een specifieke bevoegdheid inlichtingen te vragen als er een vermoeden is dat de inschrijving abnormaal laag lijkt. De inlichtingen hebben dan betrekking op de samenstelling van de inschrijving.

Vereist is dat in het verzoek om inlichtingen het volgende wordt opgenomen:

  • het vermoeden dat de inschrijving in verhouding tot de opdracht abnormaal laag lijkt en welke onderdelen het betreft;
  • over welke aspecten een toelichting over de samenstelling moet worden gegeven.

Het verzoek van de aanbestedende dienst, moet strikt voldoen aan de in de regelgeving opgenomen kaders. Van belang is dat de inschrijving abnormaal laag lijkt in verhouding tot de opdracht. Dus niet in verhouding tot de begroting van de aanbestedende dienst. In de casus voorliggende bij de CvAE had de aanbestedende dienst het vermoeden gebaseerd op de eigen begroting, reden waarom de CvAE adviseerde dat het verzoek om inlichtingen niet rechtmatig was en niet tot ongeldigverklaring had mogen worden overgegaan.

Naar aanleiding van het verzoek van de aanbesteder, moet de inschrijver mogelijk inzage geven in bijvoorbeeld de uitgangspunten van de inschrijving, ingeschatte tijdsbesteding, uurtarieven, materiaalkosten en de redenen van overige kosten.

Specifieke bevoegdheid: ontleding van de aannemingssom voldoet niet aan de Standaard RAW

Een laatste bevoegdheid voor het vragen van toelichtingen vindt de CvAE in art. 01.01.04 Standaard RAW Bepalingen. Ook dit is een specifieke bevoegdheid die slechts kan worden uitgeoefend in de in dat artikel genoemde omstandigheden. Een dergelijk verzoek moet aan volgende voorwaarden voldoen:

  • het mag alleen worden gevraagd aan de inschrijver die “op grond van het gunningscriterium voor gunning van het werk in aanmerking lijkt te komen” (art. 01.01.04, lid 01 Standaard RAW 2010/2015);
  • vermelding van de redenen waarom de aanbestedende dienst vermoedt dat de ontleding van de aanneemsom niet voldoet aan art. 01.01.03 Standaard RAW 2010/2015;
  • het vermoeden van de aanbestedende dienst moet worden gemotiveerd.

Voldoet het verzoek niet aan deze voorwaarden, dan lijkt de inschrijver een bevoegdheid te hebben de inlichtingen te weigeren. Ongeldigverklaring van de inschrijving, is dan ook niet meer aan de orde.

Voor een overeenkomst met open posten (OMOP; Standaard RAW 2010), is in de Standaard RAW 2015 een wijziging doorgevoerd. In art. 01.01.05 – 01.01.06 Standaard RAW 2015 zijn specifieke bepalingen opgenomen voor de beoordeling van de inschrijvingsstaat en de ontleding van de aanneemsom van een RAW-raamovereenkomst. Daaraan werd in deze casus echter niet getoetst, omdat in het bestek de Standaard RAW 2010 nog van toepassing waren. Voor aanbestedende diensten is het echter raadzaam van deze wijziging kennis te nemen. Een toelichting over de ontleding van de aanneemsom moet voor een RAW-raamovereenkomst bijvoorbeeld worden gebaseerd op art. 01.01.06, lid 01 Standaard RAW 2015 in plaats van art 01.01.04.

mr. Joris Bax
aanbestedings- en bouwrechtadvocaat, Dirkzwager

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen