Home > Huurrecht > Belangrijk arrest Hoge Raad over bankgaranties en leegstandschade bij failliete huurder
Belangrijk arrest Hoge Raad over bankgaranties en leegstandschade bij failliete huurder

Belangrijk arrest Hoge Raad over bankgaranties en leegstandschade bij failliete huurder

Op 17 februari 2017 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een beding waarbij de huurder zich heeft verplicht tot vergoeding van de schade die de verhuurder lijdt door een voortijdig einde van de huurovereenkomst als gevolg van het faillissement van de huurder, niet afdwingbaar is ten opzichte van de faillissementsboedel. Een dergelijk beding is echter wél afdwingbaar ten opzichte van de huurder zelf. Indien een derde de nakoming van de vordering ter zake de leegstandschade heeft gegarandeerd dan blijft de garant ten opzichte van de verhuurder gehouden de gegarandeerde schade te voldoen, tenzij anders contractueel is bedongen.

De garant kan zijn regresvordering daarentegen niet verhalen op de boedel. Mocht hij – op welke wijze dan ook – wél verhaal hebben genomen op de boedel en de curator heeft zich daartegen niet verzet, dan brengt dat niet mee dat de verhuurder ongerechtvaardigd is verrijkt ten laste van de boedel.

De Hoge Raad geeft met dit arrest toepassing en een nadere uitwerking van het bekende arrest Aukema/Uni-Invest (HR 24 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO3534, NJ 2011/114) en het arrest Romania Beheer (HR 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1244, NJ 2014/68).

Naar aanleiding van dit arrest adviseren wij verhuurders van onroerende zaken na te gaan of het door hen gehanteerd model bankgarantie en/of huurovereenkomst voldoet aan de eisen die de Hoge Raad er aan stelt. Dit om te voorkomen dat verhuurders bij een faillissement van hun huurder de leegstandschade niet kunnen verhalen.

Voor vragen kunt u contact opnemen met Rogier Faase (advocaat insolventierecht, curator) of Robert Rijpstra (advocaat huurrecht).

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen