Home > Planschade en nadeelcompensatie > Voorzienbaarheid planschade Limmen: geen openbaar gemaakt concreet beleidsvoornemen
Voorzienbaarheid planschade Limmen: geen openbaar gemaakt concreet beleidsvoornemen

Voorzienbaarheid planschade Limmen: geen openbaar gemaakt concreet beleidsvoornemen

In haar uitspraak van 15 februari 2017 oordeelt de Afdeling over de voorzienbaarheid van planschade vanwege een raadsbesluit van dertig jaar voor de inwerkingtreding van het schadeveroorzakende besluit.

Feiten en procesverloop
Een inwoner van Limmen verzoekt om een tegemoetkoming in planschade vanwege de inwerkingtreding in 2010 van een bestemmingsplan dat de realisering van een woonwijk mogelijk maakte. De gemeente Castricum wijst het verzoek af. Volgens de gemeente kon een vergelijking van de planologische regimes achterwege blijven omdat de planologische ontwikkeling voor de verzoeker voorzienbaar was toen hij zijn perceel kocht. De raad van de toenmalige gemeente Limmen had namelijk in 1980 een raadsbesluit genomen waarin het bewuste plangebied was aangewezen als locatie voor toekomstige woningbouw. De rechtbank was het met de gemeente eens en wees ook nog op de discussie voorafgaand aan het raadsbesluit van 1980. Dat niet vaststond of het raadsbesluit van 1980 was gepubliceerd, was niet van belang omdat de verzoeker gelet op het voorbereidingstraject zelf navraag had kunnen doen naar de inhoud van het raadsbesluit.

In hoger beroep voert de appellant aan dat het raadsbesluit van 1980 destijds niet is gepubliceerd of ter inzage gelegd, dat niet is aangetoond dat de aanduiding van het plangebied als mogelijke bouwlocatie de goedkeuring van het college van gedeputeerde staten heeft gekregen, dat er ten tijde van de aankoop van het perceel geen concreet beleidsvoornemen tot woningbouw in het plangebied was en dat hij tijdens verschillende gesprekken met de gemeente te horen heeft gekregen dat er geen plannen tot woningbouw in het plangebied waren.

Oordeel Afdeling: concreet beleidsvoornemen, openbaar gemaakt, geen formele status
De Afdeling stelt voorop dat de voorzienbaarheid van een planologische wijziging beoordeeld moet worden aan de hand van het antwoord op de vraag of ten tijde van de investeringsbeslissing, bijvoorbeeld ten tijde van de aankoop van de onroerende zaak, voor een redelijk denkend en handelend koper aanleiding bestond om rekening te houden met de kans dat de planologische situatie ter plaatse in ongunstige zin zou veranderen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met een concreet beleidsvoornemen dat openbaar is gemaakt. Voor voorzienbaarheid is niet vereist dat dat beleidsvoornemen een formele status heeft. Om op grond van een concreet beleidsvoornemen voorzienbaarheid te kunnen aannemen, moet een redelijk denkend en handelend koper uit de openbaarmaking daarvan kunnen begrijpen op welk gebied dat beleidsvoornemen betrekking heeft, wat de zakelijke inhoud ervan is, en dat hij van de inhoud ervan kan kennisnemen.

De Afdeling vindt dat de aanwijzing in 1980 door de raad van het plangebied als locatie voor toekomstige woningbouw niet betekent dat de planologische ontwikkeling voor verzoeker op de dag van de aankoop van het perceel in 1984 voorzienbaar was. Met een openbare behandeling is niet gewaarborgd dat een ieder kennis neemt van de inhoud van het raadsbesluit. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 26 november 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:4239). De gemeente heeft niet aangetoond dat openbaarmaking van het beleidsvoornemen van de raad heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat de planologische ontwikkeling voor een redelijk denkend en handelend koper op de peildatum niet op basis van dit beleidsvoornemen voorzienbaar was. Dat een ieder op de peildatum de notulen van de raadsvergadering van 8 mei 1980 had kunnen raadplegen, leidt niet tot een ander oordeel, omdat die mogelijkheid niet met zich brengt dat is voldaan aan het in de jurisprudentie van de Afdeling gestelde vereiste van openbaarmaking van een concreet beleidsvoornemen. Deze eis wordt gesteld omdat niet van een belanghebbende verwacht mag worden dat hij op zoek gaat naar documenten die niet openbaar zijn gemaakt en waarvan hij het bestaan niet kent.

Het college heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker op de peildatum op de hoogte was van het beleidsvoornemen. Dat verzoeker destijds wist wat er speelde, leidt niet tot een ander oordeel. Die verklaring is te onbepaald om op basis daarvan een conclusie te kunnen trekken over wat hij ten tijde van de aankoop van het perceel wist.

De uitspraak van de rechtbank wordt dan ook vernietigd. De Afdeling voorziet zelf in de zaak, en kent de verzoeker een tegemoetkoming in planschade van € 14.480,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2011 tot de dag van uitbetaling, toe. De gemeente had de Afdeling vooraf laten weten dat het met die tegemoetkoming instemde als het hoger beroep gegrond is.

Commentaar
Voor de voorzienbaarheid van planschade blijft dus het criterium dat er sprake moet zijn van een openbaar gemaakt concreet beleidsvoornemen. Het beleidsvoornemen hoeft geen formele status te hebben. Een alternatief is dat de gemeente aantoont dat de verzoeker ten tijde van de aankoop van het perceel van het beleidsvoornemen op de hoogte was. Dat laatste zal niet snel kunnen worden aangetoond.

Heeft u vragen over onteigening, planschade of nadeelcompensatie? Belt of mailt u met Hanna Zeilmaker, Joske Hagelaars of Roos Molendijk van Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen