Home > Onteigening en gedoogplichten > Aanvullingswet grondeigendom: altijd een rechter betrokken bij de onteigening
Aanvullingswet grondeigendom: altijd een rechter betrokken bij de onteigening

Aanvullingswet grondeigendom: altijd een rechter betrokken bij de onteigening

Zoals bekend heeft in de periode 1 juli 2016 t/m 16 september 2016 de internetconsultatie plaatsgevonden over het concept-wetsvoorstel voor de Aanvullingswet grondeigendom. Die wet regelt onder andere een radicaal gewijzigde onteigeningsprocedure, en zal worden opgenomen in de Omgevingswet. Tegen het wetsvoorstel waren veel bezwaren. Omdat het op de weg van de burger zou liggen om zelf een onteigeningsbesluit aan te vechten was niet onvoorstelbaar dat de burger zou worden onteigend zonder dat er een rechter aan te pas zou komen.

De Minister ziet in de bezwaren vanuit het werkveld aanleiding om de procedure aan te passen. Daarover heeft zij de Kamer geinformeerd met een zogenaamde Kamerbrief. De Minister meent dat een onteigeningsprocedure zonder verplichte rechterlijke betrokkenheid op onvoldoende draagvlak kan rekenen. Dat draagvlak vindt zij van groot belang om de Omgevingswet tot een succes te laten worden. De Minister wil iedere schijn van vermindering van de positie en rechtsbescherming van een eigenaar uitsluiten. De Minister zal het wetsvoorstel nu aanpassen, voordat het wetsvoorstel ter advisering wordt voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Daarbij wil de Minister de onteigeningsprocedure zo versterken dat de bestuursrechter bij elke onteigening betrokken zal zijn. De rol om de bestuursrechter in te schakelen komt daarmee bij het bevoegd gezag te liggen. Hiermee wordt gewaarborgd dat het geheel uitgesloten is dat een eigenaar wordt onteigend zonder dat de bestuursrechter zich heeft uitgesproken over de onteigening.

Commentaar: Feit is dat de Minister hiermee aan het belangrijkste bezwaar tegen het wetsvoorstel tegemoet komt. Wij vragen ons wel af wat de ingang wordt tot de bestuursrechter. Die komt normaal gesproken immers alleen in beeld in het geval van een beroep tegen een besluit. Door (ook) op dit punt in het nieuwe stelsel voor een afwijking van de ‘standaard’ Awb-procedure te kiezen blijft er van aansluiting bij de rest van de Awb nog minder over. Dat roept de vraag op waarom de Minister niet gewoon kiest voor het huidige stelsel, dat goed functioneert en waarbij de burgerlijke rechter de onteigening uitspreekt.

Heeft u vragen over onteigening, de Wet voorkeursrecht gemeenten of gedoogplichten? belt of mailt u met Hanna Zeilmaker, Joske Hagelaars of Roos Molendijk.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen