Home > Planschade en nadeelcompensatie > Nadeelcompensatie: over referentieperiode, causaal verband en landelijke trends, regionale concerns en proceskosten
Nadeelcompensatie: over referentieperiode, causaal verband en landelijke trends, regionale concerns en proceskosten

Nadeelcompensatie: over referentieperiode, causaal verband en landelijke trends, regionale concerns en proceskosten

Op 12 oktober 2016 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak een interessante uitspraak gedaan over de schade die Pompeneiland B.V., de exploitant van een benzinestation met wasstraat en shop, heeft geleden vanwege de gewijzigde verkeerssituatie die door het realiseren van de nieuwe aansluiting op de A67 is ontstaan.

Referentieperiode

De Afdeling legt uit dat bij de vergelijking met de referentieperiode uitgangspunt is dat deze periode in voldoende mate representatief moet zijn voor de ontwikkeling van de omzetten in de schadeperiode, de gewijzigde verkeerssituatie weggedacht. Daarbij is het gebruikelijk om van een periode van drie jaar uit te gaan en bij een stabiel verloop van de omzetten deze te middelen en de uitkomsten daarvan als referentieomzet te hanteren, voor zover nodig onder toepassing van een correctie vanwege branche-, markt- en concurrentieverhoudingen en inflatie. Van dit uitgangspunt kan en moet soms worden afgeweken, bijv. als de omzetontwikkeling over deze drie jaren een bestendig dalende of stijgende ontwikkeling laat zien. In het geval van een bestendig dalende omzet zou middeling over drie jaren immers tot gevolg hebben dat de verslechtering van de omzet voorafgaande aan de schadeperiode niet wordt betrokken bij de schadeberekening. De SAOZ/ gemeente was dan ook terecht uitgegaan van het jaar 2010 als referentiejaar.

Causaal verband; landelijke trends

Voor de verzoeker om compensatie is het vaak een lastige opgave om het causaal verband tussen de maatregel en de omzetdaling aan te tonen. Landelijke trends zijn daarbij een belangrijk hulpmiddel (of, zoals in dit geval, juist niet…). In deze zaak had de SAOZ een opvallend verschil geconstateerd tussen de waardemutaties in 2010: landelijk +4,4% tegenover -15,71% voor Postelse Hoek. De exploitant had dus niet mogen uitgaan van een nog beter resultaat dan zij in 2011 feitelijk heeft gerealiseerd, en gelet op de ontwikkelingen in de branche en het voordien al (onverklaarbare) afwijkende beeld van de cijfers van Postelse Hoek ten opzichte van de branchecijfers, mocht de gemeente het advies van de SAOZ volgen dat het causaal verband tussen de werkzaamheden en de door Pompeneiland BV gestelde schade niet kon worden vastgesteld.

Omzetdrempel en concernverband

Verder was in deze zaak aan de orde dat de exploitant Pompeneiland B.V. naast dit benzinestation nog twee andere tankstations exploiteerde. De rechtbank had geoordeeld dat de toe te passen drempel voor het normaal maatschappelijk risico moest worden toegepast op de brutowinst van de bewuste vestiging, en niet op de totale brutowinst van de exploitant. De Afdeling legt nog eens uit dat de omzet of de brutowinst op concernniveau moet worden genomen in plaats van op filiaalniveau. Het maakt daarbij geen verschil of die juridische eenheid een landelijk opererende keten is of een regionaal bedrijf. Dit betekent dat Pompeneiland BV als juridische eenheid de schade moet dragen en dat het normaal maatschappelijk risico dient te worden gerelateerd aan die juridische eenheid.

Kosten deskundige bijstand

In deze uitspraak laat de Afdeling zich ook uit over de te vergoeden kosten van deskundige bijstand. Het criterium daarvoor is dat in beroep gemaakte kosten van deskundige bijstand voor vergoeding in aanmerking komen, als het inroepen van die deskundige redelijk was en de deskundigenkosten zelf redelijk zijn. Voor het antwoord op de vraag of het inroepen van een niet-juridisch deskundige, zoals in dit geval aan de orde, redelijk was, kan in het algemeen als maatstaf worden gehanteerd of degene die de bijstand van deze deskundige heeft ingeroepen, gezien de feiten en omstandigheden ten tijde van de inroeping, ervan mocht uitgaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag. Omdat het verzoek betrekking had op nadeelcompensatie voor het omzetverlies was het inschakelen van een deskundige op het gebied van verkeersstroomanalyses op zichzelf niet onredelijk. De rapporten die naar aanleiding van het primaire besluit zijn opgesteld zijn kosten die in bezwaar zijn gemaakt. Omdat de rechtsgevolgen van de beslissing op bezwaar in stand blijven is herroeping van het primaire besluit niet aan de orde. Op grond van het bepaalde in artikel 7:15 Awb komen de kosten van de bezwaarprocedure dan ook niet voor vergoeding in aanmerking. Al met al oordeelt de Afdeling dat de rechtbank de gemeente tot een te hoog bedrag in de proceskosten had veroordeeld, en krijgt Pompeneiland € 2.366,98 vergoed in plaats van € 11.812,45.

Commentaar

Uit deze uitspraak blijkt maar weer eens dat het verzoeken om nadeelcompensatie zowel voor wat betreft de ‘bewijslast’ als voor wat betreft de vergoeding voor gemaakte deskundigenkosten een hard gelag is.

Heeft u vragen over nadeelcompensatie of andere claims tegen de overheid? Belt of mailt u met Hanna Zeilmaker of Joske Hagelaars, de overheidsaansprakelijkheidsadvocaten van Dirkzwager!

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen