Home > Bouwrecht > Dubbele doorverwijzing zorgt voor toepasselijkheid arbitraal beding
Dubbele doorverwijzing zorgt voor toepasselijkheid arbitraal beding

Dubbele doorverwijzing zorgt voor toepasselijkheid arbitraal beding

In de uitspraak van 20 april 2016 van de rechtbank Rotterdam is een bevoegdheidsincident aan de orde. Een arbitraal beding conform de UAV 1989 zou via een dubbele doorverwijzing van toepassing verklaard zijn op de onderaannemingsovereenkomst. De rechtbank overweegt dat de rangorderegeling van de contractstukken leidend is, inclusief alle eventuele doorverwijzingen in de betreffende stukken. In deze rangorderegeling is bepaald dat de hoofdaannemingsovereenkomst voorgaat op de algemene voorwaarden van de hoofdaannemer waarnaar is verwezen in de onderaannemingsovereenkomst. De rangorderegeling maakt dat de indirecte verwijzing naar het arbitraal beding uit de UAV 1989 via een tweetal doorverwijzingen voor gaat op de directe verwijzing in de onderaannemingsovereenkomst. Bovendien oordeelt de rechtbank dat het beroep op artikel 216 Rv. niet opgaat.

Feiten
Op 19 augustus 2008 heeft Vormbouw (opdrachtgever/hoofdaannemer) met Hermeta Gevelbouw (opdrachtnemer/onderaannemer) een onderaannemingsovereenkomst gesloten. In artikel drie van deze overeenkomst is navolgende rangregeling opgenomen.

Op deze overeenkomst zijn de navolgende gegevens en voorwaarden van toepassing (reeds verstrekt aan opdrachtnemer):
A. de onderhavige overeenkomst, inclusief de bijbehorende bijlagen;
B. de voorwaarden van de hoofdaannemingsovereenkomst, te weten:
bestek, paragraaf 00, 01, 30,  31, 34 en 46 (…)
C. de bouwplanning Vormbouw B.V.: ligt ter inzage op de bouwplaats;
D. de algemene voorwaarden van inkoop en onderaanneming Vormbouw B.V. van 16 april 2008.

Waarbij voor de relatie tussen deze voorwaarden van de hoofdaannemingsovereenkomst de rangorderegeling van de hoofdaannemingsovereenkomst geldt en waarbij in plaats van aannemer opdrachtnemer moet worden gelezen. Opdrachtgever en opdrachtnemer hebben voor wat betreft het door de opdrachtnemer uit te voeren onderdeel ten opzichte van elkaar dezelfde rechten en verplichtingen als de principaal en opdrachtgever ten opzichte van elkaar hebben.

Bij tegenstrijdigheden dan wel onduidelijkheden gelden de hier genoemde gegevens en voorwaarden in de hierboven weergegeven rangorde A tot en met D.”

In bestek, paragraaf 01 (zie hierboven onder B) is bepaald dat de standaardbepalingen zoals opgenomen in de Stabu standaard 2001 van toepassing zijn. In de Stabu standaard 2001 is in paragraaf 01.0.01 bepaald dat, voor zover niet uitdrukkelijk afgeweken, de UAV 1989 van toepassing is. Het betreft aldus een dubbele doorverwijzing.

In de UAV 1989 is een bepaling opgenomen voor de beslechting van geschillen. Hierin is bepaald dat alle geschillen worden beslecht door arbitrage.

In de algemene voorwaarden van Vormbouw (zie hierboven onder D) is omtrent geschillen bepaald dat naast de Raad van Arbitrage voor de Bouw een geschil voorgelegd kan worden aan de rechtbank Rotterdam.

Vormbouw is in de hoofdzaak gedagvaard door de Vereniging van Eigenaars om – kort gezegd – de gebreken aan de gemeenschappelijke delen van de VvE te herstellen. Vormbouw vordert in een vrijwaringsprocedure Hermeta Gevelbouw te veroordelen, zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in hoofdzaak, voor dezelfde punten als waarvoor zij zou worden veroordeeld in de hoofdzaak. Hermeta Gevelbouw werpt in de vrijwaringsprocedure een bevoegdheidsincident op, waarbij zij zich beroept op het arbitraal beding uit de UAV 1989.

Oordeel rechtbank
De rechtbank behandelt als eerste het beroep van Vormbouw op artikel 216 Rv. op grond waarvan de vrijwaringsprocedure moet worden gevoerd voor de rechter waar ook de hoofdzaak aanhangig is.

De grondslag van de vrijwaring is gelegen in de onderaannemingsovereenkomst. Daarop is het arbitraal beding uit de UAV 1989 van toepassing. De rechter dient zich op grond van artikel 1022 Rv. onbevoegd te verklaren. De rechtbank gaat van de toepasselijkheid van de UAV 1989 uit omdat Vormbouw de toepasselijkheid daarvan op de onderaannemingsovereenkomst niet betwist.

De rechtbank oordeelt dat de bepaling uit eigen algemene voorwaarden van Vormbouw, waardoor ook de rechtbank Rotterdam bevoegd is, als tegenstrijdige bepaling kwalificeert. De vraag die beantwoord dient te worden is: “Welke geschillenregeling heeft voorrang?”

Vaststaat dat partijen in de onderaannemingsovereenkomst een rangorderegeling zijn overeengekomen in het geval van onduidelijkheden en/of tegenstrijdigheden. Nu sprake is van een tegenstrijdigheid zal deze rangorderegeling moeten worden toegepast. De rechtbank stelt dat de tekst van de overeenkomst duidelijk is. De in de onderaannemingsovereenkomst genoemde voorwaarden van de hoofdovereenkomst, waaronder de aldaar genoemde besteksparagrafen, prevaleren in het geval van strijdigheden boven de algemene voorwaarden van Vormbouw. Vaststaat dat de UAV 1989 indirect via doorverwijzing onderdeel uitmaken van het bestek. De bepalingen van de UAV 1989 hebben aldus in beginsel voorrang boven de algemene voorwaarden van Vormbouw. Niet gesteld of gebleken is dat partijen de geschillenregeling van de UAV 1989 uitdrukkelijk hebben willen uitsluiten.

De rechtbank komt tot de conclusie dat het arbitraal beding in de UAV 1989 voorgaat op artikel 21.3 van de algemene voorwaarden van Vormbouw. Nu er sprake is van een geldig arbitraal beding vindt artikel 216 Rv. hier geen toepassing.

Opmerkingen
Een veelvoorkomende misvatting is dat een vrijwaringsprocedure altijd voor dezelfde rechter kan c.q. moet worden gevoerd als de hoofdzaak. Artikel 216 Rv. schrijft weliswaar voor dat de vrijwaring voor de rechter waar de hoofdzaak aanhangig is, moet plaatsvinden, maar dat is niet het geval als er sprake is van een arbitraal beding in de rechtsverhouding tussen eiser en gedaagde in vrijwaring. Op grond van artikel 1022 Rv. doorbreekt een overeenkomst van arbitrage het systeem van vrijwaring.

In artikel 6:225 lid 3 BW is een uitgangspunt gegeven bij een zogenaamde battle of forms. Wanneer is bepaald dat in een aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden wordt verwezen, dan komt aan de tweede verwijzing geen werking toe, tenzij uitdrukkelijk de eerste verwijzing van de hand wordt gewezen. Het standaard arrest is Visser/Avero uit 1997. Hier zijn echter twee sets algemene voorwaarden van toepassing verklaard en door beide partijen aanvaard. De Hoge Raad heeft recent geoordeeld dat Visser/Avero dan niet van toepassing is (ForFarmers/Doens). Er is immers thans sprake van cumulatieve algemene voorwaarden (“en/en”). In geval van onderling strijdige bedingen dient aan de hand van de Haveltex-norm vastgesteld te worden welke van die bedingen prevaleert. Onder meer wordt gekeken naar de wijze waarop de desbetreffende bedingen in de overeenkomst zijn geïncorporeerd. Tevens is de rangorderegeling van belang. In onderhavige casus oordeelde de rechtbank dat in dit geval geen sprake was van een tegenstrijdigheid, althans dit werd opgeheven door de rangorderegeling.

Het is derhalve van belang in overeenkomsten expliciet een rangorderegeling op te nemen. Heeft u vragen met betrekking tot een dergelijke rangorderegeling of algemene voorwaarden, neem dan contact op met José Jochemsen-Vernooij.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen