Home > Bestuursrecht > Recreatiebungalowvereniging géén belanghebbende bij omgevingsvergunning voor reactiebungalows in de buurt
Recreatiebungalowvereniging géén belanghebbende bij omgevingsvergunning voor reactiebungalows in de buurt

Recreatiebungalowvereniging géén belanghebbende bij omgevingsvergunning voor reactiebungalows in de buurt

Een vereniging die de belangen van eigenaren van recreatiebungalows op een recreatiepark behartigt, kan niet kan opkomen tegen een omgevingsvergunning voor de bouw van recreatiebungalows op een reactiepark een paar honderd meter verderop, omdat de vereniging daarbij geen belanghebbende is. Zo volgt uit de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 11 maart 2016. (ECLI:NL:RVS:2016:1881)

Alleen belanghebbenden, in de zin van artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb), kunnen opkomen tegen besluiten van bestuursorganen. Voor een algemene toelichting op het begrip “belanghebbende” verwijs ik u graag naar een eerder artikel.

Wat was in dit geval de situatie?
Het college van B&W van een gemeente had aan een projectontwikkelaar een omgevingsvergunning verleend voor een bouwplan van 33 recreatiebungalows op een bestaand reactiepark. Een vereniging, die de belangen van eigenaren van recreatiebungalows op een ander recreatiepark in de buurt behartigde, was het om diverse redenen niet eens met die omgevingsvergunning.

Voordat de rechter echter toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van die redenen, bekijkt de rechter eerst of de vereniging überhaupt wel kan opkomen tegen die omgevingsvergunning. De rechter beoordeelt daarvoor onder meer of de vereniging wel derdebelanghebbende is (in de zin van 1:2 lid 3 Awb).

Volgens de Afdeling is de vereniging géén belanghebbende, aangezien niet voldaan wordt aan het criterium van rechtstreeks betrokken belang omdat:
– de dichtstbijzijnde recreatiebungalow van een van de eigenaren waarvan de vereniging de belangen behartigt, is gelegen op 286 meter van het bouwplan (en dus niet is voldaan aan het zogenaamde afstandscriterium);
– vanuit de recreatiebungalows van de vereniging geen zicht is op 33 te realiseren recreatiebungalows (en dus niet is voldaan aan het zichtcriterium);
– de vereniging ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat de ruimtelijke uitstraling van de 33 te realiseren recreatiebungalows dusdanig is dat de belangen van de eigenaren die zij vertegenwoordigt rechtstreeks bij de omgevingsvergunning zijn betrokken (en dus niet is voldaan aan het criterium van de ruimtelijke uitstraling).

Het criterium van de ruimtelijke uitstraling kan er, ondanks dat niet wordt voldaan aan het afstandscriterium en het zichtcriterium, in sommige gevallen toch nog voor zorgen dat een natuurlijk persoon en/of een rechtspersoon als belanghebbende kan worden aangemerkt. De Afdeling oordeelde namelijk bijvoorbeeld in haar uitspraak van 11 februari 2004 (ECLI:NL:RVS:2004:AO3373) dat iemand die woonachtig is op de ruime afstand van 1.100 meter vanaf het bouwperceel voor het bouwplan van 74 zomerwoningen, als belanghebbende kan worden aangemerkt. De ruimtelijke uitstraling was, onder meer vanwege het omliggende open landschap, dusdanig van betekenis was dat diegene rechtstreeks in zijn belang was getroffen en dus belanghebbende was.

Het criterium van de ruimtelijke uitstraling mocht de vereniging in dit geval niet baten. De Afdeling oordeelt namelijk uitdrukkelijk dat de feitelijke situatie in die uitspraak in 2004 niet vergelijkbaar is met onderhavig geval. De vereniging wordt door de Afdeling niet-ontvankelijk in haar beroep verklaard en kan dus niet opkomen tegen de omgevingsvergunning.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen