Home > Onteigeningsprojecten > Onteigening: ondanks ondertekende Samenwerkingsovereenkomst toch noodzaak tot onteigening!
Onteigening: ondanks ondertekende Samenwerkingsovereenkomst toch noodzaak tot onteigening!

Onteigening: ondanks ondertekende Samenwerkingsovereenkomst toch noodzaak tot onteigening!

Bij Koninklijk Besluit van 5 maart 2016 heeft de Kroon geoordeeld over de vraag of de onteigenende partij terug mag komen op een gesloten overeenkomst indien die mogelijk staatssteun inhoudt. 

Feiten

De Minister van I&M verzoekt om aanwijzing ter onteigening op grond van Titel IIa, om de verbreding en aanpassing mogelijk te maken van de Rijksweg 27 (A27). Het gaat om gronden van Stichting Gooisch Natuurreservaat te Hilversum.

Volgens de Stichting heeft zij al in 2011 in een Samenwerkingsovereenkomst overeenstemming bereikt met het Rijk over de overdracht van gebieden in de vorm van een grondruil. De ontbindende voorwaarden van de overeenkomst zouden niet meer aan de orde zijn omdat het Tracébesluit tot stand is gekomen en het algemeen bestuur van de Stichting met de overeenkomst heeft ingestemd. De Minister heeft echter eind 2014 laten weten dat Rijkswaterstaat de overeenkomst niet meer kan nakomen omdat dat strijd zou opleveren met staatssteunregels. De Stichting meent dat dit standpunt niet is onderbouwd, en dat er geen sprake is van (ongeoorloofde) staatssteun, en dat er beletselen zijn om de overeenkomst na te komen. De Stichting is wel in gesprek met Rijkswaterstaat over een wijziging van de overeenkomst, maar zolang daarover geen overeenstemming is bereikt geldt de samenwerkingsovereenkomst. Een eventuele wens om de overeenkomst te wijzigen kan geen noodzaak tot onteigening doen ontstaan.

De Kroon ziet in de ondertekende Samenwerkingsovereenkomst geen beletsel om de bewuste gronden toch ter onteigening aan te wijzen. De Kroon overweegt dat de overleggen na de ondertekening van de Samenwerkingsovereenkomst in 2011 uiteindelijk niet hebben geleid tot eigendomsoverdracht omdat verzoeker bij brieven van juni 2014 en 13 november 2014 aan de Stichting kenbaar heeft gemaakt dat zij deze overeenkomst niet kan nakomen onder andere in verband met de wijziging van het landelijk beleid ten aanzien van overdracht van gronden aan natuur beherende organisaties. Volgens de Minister zal nakoming van de gemaakte afspraken strijd opleveren met staatssteunregels. De Stichting betwist evenwel dat de overeenkomst in strijd is met de Staatssteunregels en betoogt dat verzoeker zich niet zomaar op Staatsteunregels kan beroepen om zich eenzijdig van zijn contractuele verplichtingen te ontdoen en houdt vast aan nakoming van de Samenwerkingsovereenkomst. Tussen partijen bestaat een meningsverschil over de vraag of verzoeker verplicht is om de samenwerkingsovereenkomst na te komen.

De Kroon merkt hierover op dat in het kader van deze administratieve onteigeningsprocedure geen zelfstandige uitspraken kunnen worden gedaan over de Samenwerkingsovereenkomst en in hoeverre deze in strijd is met regels omtrent Staatssteun,  omdat dit aan de Kroon niet ter beoordeling staat. Evenmin  is de Kroon bevoegd om in deze procedure een oordeel te vellen over de vraag of de Samenwerkingsovereenkomst afdwingbaar is. Het is aan de Stichting om dit aan de civiele rechter voor te leggen. De Kroon constateert evenwel dat er nu tussen partijen geen overeenstemming is over de eigendomsoverdracht van de onroerende zaken. En dus is onteigening noodzakelijk.

De ‘ins en outs’ van deze zaak zijn ons niet bekend, en we kunnen ons voorstellen dat de Kroon ver wil blijven van een inhoudelijke beoordeling over de vraag of de beoogde grondruil ongeoorloofde staatssteun zou hebben opgeleverd. Maar een andere uitkomst was ook denkbaar geweest en de Minister lijkt nu wel heel makkelijk van een gesloten overeenkomst af te komen. Was het geen optie dat het nieuwe beleid alleen geldt voor nieuwe transacties en niet voor een transactie die zijn basis vindt in een Samenwerkingsovereenkomst van eerdere datum? En moet de Staat niet van goeden huize komen om zich nu ineens op het standpunt te stellen dat sprake is van staatssteun. Waarom was dat in 2011 dan niet het geval? En kan staatsteun wel aan de orde zijn bij een transactie met een Stichting zonder winstoogmerk, niet zijnde een ondernemer?
Kortom, komt de Minister nu niet heel gemakkelijk van de gesloten Samenwerkingsovereenkomst af?

Anderzijds, als de Kroon de onteigening vanwege de gesloten samenwerkingsovereenkomst zou afwijzen kan de Staat niet verder. De Kroon verwijst nu naar de burgerlijke rechter, en wij kunnen ons voorstellen dat deze zich in het kader van de beoordeling van de noodzaak tot onteigening wel buigt over de argumenten van de Staat om de gesloten overeenkomst niet meer na te komen. Als de Stichting naar aanleiding van de onteigeningsdagvaarding goed voor het voetlicht kan brengen dat de het nieuwe beleid niet in de weg behoeft te staan aan de nakoming van de al eerder gesloten overeenkomst, en dat staatssteun, zeker bij een natuurbeschermingsorganisatie, niet aan de orde is hoeft de onteigening nog geen uitgemaakte zaak te zijn. Zeker als de Stichting, los van en naast de onteigening, een vordering tot nakoming van de Samenwerkingsovereenkomst zou instellen.

Heeft u vragen over onteigening en over staatssteun in het kader van grondtransacties ter voorkoming van onteigening? Neem gerust contact op met de onteigeningsadvocaten van Dirkzwager: Hanna Zeilmaker en Joske Hagelaars.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen