Home > Overheid > Bevoegdheidsperikelen omtrent omgevingsvergunning voor (uitbreiding van) een windmolenpark
Bevoegdheidsperikelen omtrent omgevingsvergunning voor (uitbreiding van) een windmolenpark

Bevoegdheidsperikelen omtrent omgevingsvergunning voor (uitbreiding van) een windmolenpark

Op 19 augustus 2015 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) een uitspraak (ECLI:NL:RVS:2015:2660) gedaan ten aanzien van een weigering van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (GS) om een omgevingsvergunning te verlenen voor het opschalen van een windturbinepark met een productie capaciteit van 11,4 MW naar 35 MW en de bouw van veertien windturbines. Bij de beslissing omtrent de verlening van een dergelijke vergunning zijn meerdere bestuursorganen betrokken.

Bevoegdheid

Allereest is het van belang om vast te stellen dat in deze zaak niet het college van burgemeester en wethouders bevoegd is om een dergelijke omgevingsvergunning te verlenen, maar GS. Op grond van artikel 2.4 lid 2 Wabo is laatstgenoemd orgaan bevoegd om te beslissen op een aanvraag ten aanzien van projecten die behoren tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie projecten die van provinciaal belang zijn.

Het bouwplan uit deze zaak was in strijd met het ter plaatse vigerende bestemmingsplan Buitengebied. GS heeft geweigerd om toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onderdeel c, omdat het bouwplan in strijd is met de Provinciale Verordening en afwijking van de regels uit die verordening niet mogelijk is. Het windmolenpark is het daar niet mee eens en komt hier zonder succes tegenop. Wel wordt er door de ABRvS een gebrek geconstateerd. GS had namelijk verzuimd om een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) te vragen aan Provinciale Staten (PS). Dit leidt echter volgens de ABRvS niet tot een vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Hoe zit het nu met de vvgb?

Elektriciteitswet 1998

Vanwege de capaciteit van het windmolenpark was er sprake van een provinciaal belang. Op grond van artikel 9f eerste en tweede lid Elektriciteitswet 1998 (Ew) coördineert GS in dat geval de totstandkoming van de omgevingsvergunning.  Vanwege het provinciale belang moet voor afwijking van het bestemmingsplan tevens aan Provinciale Staten (PS) een vvgb worden gevraagd. Dit was niet gebeurd. Er was wel een vvgb aan de gemeenteraad gevraagd, maar niet aan PS.

Omdat GS zich in het weigeringsbesluit op het standpunt heeft gesteld dat het bouwplan in strijd is met zowel het bestemmingsplan en als de Provinciale Verordening leidt dit gebrek niet tot een vernietiging. Afwijking van de Provinciale Verordening was namelijk alleen mogelijk als GS zelf zou verklaren geen bedenkingen te hebben tegen het bouwplan. Nu vaststond dat GS niet bereid was om van de Verordening af te wijken en derhalve ook niet bereid was om een vvgb af te geven, stond vast dat GS de omgevingsvergunning zou weigeren. Daar zou de eventuele vvgb van PS niets meer aan hebben veranderd. GS was volgens de ABRvS gelet op die omstandigheden niet gehouden om, alvorens tot weigering over te gaan, eerst nog bij PS (vanwege de strijd met het bestemmingsplan) een vvgb te vragen. De ABRvS oordeelt daarom dat het weigeringsbesluit ondanks het gebrek in stand kan blijven.

Specialisten in energierecht

Bij de oprichting en uitbreiding van windturbineparken is het bepaald geen sinecure om te zorgen voor alle van overheidswege benodigde vergunningen, verklaringen en toestemmingen. Als u daar meer over wilt weten, dan kunt u contact opnemen met Jasper Molenaar en Maarten Baneke, advocaten van de Sectie Overheid & Vastgoed en specialisten in Energierecht.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen