Home > Beslag en executie > Schending zorgplicht bank: geen beroep meer op ontruimingsverklaring
Schending zorgplicht bank: geen beroep meer op ontruimingsverklaring

Schending zorgplicht bank: geen beroep meer op ontruimingsverklaring

Wanneer de bank de op haar rustende zorgplicht jegens de cliënt schendt heeft dat tot gevolg dat de bank geen gebruik meer mag maken van de door de cliënt afgegeven ontruimingsverklaring.

Casus

Naar aanleiding van een verzoek voor extra financiële middelen ten behoeve van de bedrijfsvoering van A bekijkt de bank de mogelijkheden voor de vestiging van een recht van hypotheek. Op het totale perceel van A en zijn moeder B rust slechts één woonbestemming, terwijl er al jaren sprake is van twee woningen. De bank voorziet op basis van dit gegeven problemen bij een eventuele uitwinning van haar hypothecaire zekerheden. Zij stelt aan A en B voor om de woning van B te laten kopen door A, waarna deze een recht van hypotheek kan verstrekken op de na aankoop samengevoegde percelen, het totale onroerend goed van A. A en B stemmen met het voorstel in, waarna B bij de verkoop van haar woning aan A, een levenslang recht van bewoning en gebruik verkrijgt. Tegenover de bank verplicht B zich haar woning te ontruimen in geval van een executoriale verkoop. Een jaar later zegt de bank de financieringsovereenkomsten met A op met als gevolg dat B haar woning dient te verlaten. B stelt dat de koop/verkoop van haar woning en de ontruimingsverklaring onder invloed van dwaling, dan wel misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. Zij stelt dat de bank de op haar rustende zorgplicht jegens haar niet in acht heeft genomen.

Vordering: bank heeft zorgplicht geschonden

B stelt dat zij de koopovereenkomst nooit zou hebben gesloten wanneer zij een juiste voorstelling van zaken zou hebben gehad. Zij was onder andere niet op de hoogte van het feit dat zij mogelijk de woning zou moeten verlaten. Ook kende zij de financiële situatie van A niet en had zij geen weet van de waarde van haar woning. De door haar aangegane rechtshandeling stemde niet overeen met haar wil en was sterk nadelig voor haar. A, de bank, de notaris en de makelaar waren op de hoogte van het feit dat B nauwelijks kan lezen of schrijven. Zij hadden B moeten weerhouden van het aangaan van deze rechtshandeling. Nu zij B niet hebben geïnformeerd over de gevolgen van haar handelen hebben zij gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. Daarnaast heeft de bank de op haar rustende zorgplicht geschonden. Zij was op de hoogte van de financiële situatie van A en heeft aan de financiering van (de onderneming van) A de voorwaarde verbonden dat hij de woning van B kocht en daar een hypotheek op vestigde. Daarmee zou de bank voorbij gegaan zijn aan het feit dat B de woning waar ze haar hele leven heeft gewoond zou moeten verlaten in het geval A in financiële problemen zou komen. Ook zou zij een aanzienlijk deel van haar vermogen verliezen.

Beoordeling: kwetsbare cliënte en voldoende alternatieven

De rechtbank overweegt dat door het door de bank voorgestelde scenario van verkoop en financiering, de bank door de verkregen extra zekerheden geen substantiële risico’s zou lopen, terwijl dat voor B betekende dat zij haar hele bestaan min of meer op het spel zette. Volgens de rechter had de bank het niet zover mogen laten komen. Op grond van de op de bank rustende zorgplicht jegens B – een kwetsbare cliënte, al geruime tijd bekend bij de bank en waarvan het zeer de vraag is in hoeverre zij heeft (kunnen) overzien waartoe zij zich verplichtte – had de bank B ervan moeten weerhouden in te stemmen met het ontruimingsbeding. Bij de beoordeling van de vraag of de bank haar zorgplicht heeft geschonden door een ontruimingsverklaring van B te bedingen is daarnaast van belang dat er andere mogelijkheden waren om de door de bank verlangde zekerheid te verkrijgen voor de door de zoon verzochte financiering, zonder de zwaarwegende belangen van eiseres te schaden. Nu A ook eigenaar was van een aantal onbezwaarde panden in Duitsland waarvan de waarde voldoende zekerheid zou bieden, had de bank eerst moeten onderzoeken wat de mogelijkheden waren voor vestiging van hypotheekrechten op deze panden. Gelet op de op het spel staande zwaarwegende belangen van B had de bank niet mogen bedingen dat B een ontruimingsverklaring diende te ondertekenen.

Conclusie

De schending van de zorgplicht door de bank leidt tot een verplichting tot vergoeding van de schade. Die schade is in dit geval slechts in nature te vergoeden, namelijk door B niet aan te spreken op het ontruimingsbeding. Dat betekent dat de bank wel mag executeren, maar zonder dat B haar woning hoeft te verlaten, zodat de nieuwe eigenaar feitelijk slechts één van beide woningen op het perceel zelf kan gebruiken en voor het overige de bewoning van het andere huis door B zal moeten dulden tot het moment dat zij vrijwillig en permanent de door haar bewoonde woning verlaat.

Vastgoedveilingen: Ruben Berentsen, Anita van Wijk, Maaike Strütjen, Marleen Vermeulen, Mitzi Litjens

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen