Home > Bezit en verjaring > Gebruik oever door woonbootbewoners: een stilzwijgende bruikleenovereenkomst
Gebruik oever door woonbootbewoners: een stilzwijgende bruikleenovereenkomst

Gebruik oever door woonbootbewoners: een stilzwijgende bruikleenovereenkomst

Voor de bewoning van een woonboot op een ligplaats is het gebruik van de oever essentieel voor de bewoners. Woonbootbewoners in Amsterdam-Noord hebben sinds de jaren ‘70 stroken oevergrond in gebruik als tuin. De gemeente Amsterdam is eigenaar van deze oevergrond.

Feiten

De gemeente Amsterdam vordert opheffing van het onrechtmatige gebruik van de oever als tuin. De woonbootbewoners vorderen een verklaring voor recht dat de vordering is verjaard en dat zij door die verjaring rechthebbende zijn geworden op een erfdienstbaarheid strekkende tot gebruik van de stroken oevergrond voor het hebben van onder andere een tuin. De gemeente Amsterdam wil dat de oever wordt ontruimd, omdat een deel van de oevergrond benodigd is voor de realisatie van een nieuwe woonwijk. Een gedeelte van de door de woonbootbewoners gebruikte grond valt buiten het plan. Voor deze strook van ongeveer 6 meter stelt de gemeente Amsterdam voor om een nieuwe bruikleenovereenkomst aan te gaan.

Een erfdienstbaarheid door verjaring?

Volgens de rechtbank zijn woonboten schepen als bedoeld in artikel 8:1 BW en dus in het algemeen roerende zaken. Een erfdienstbaarheid is een last waarmee een onroerende zaak (het dienende erf) ten behoeve van een andere onroerende zaak (het heersende erf) is bezwaard. In dit geval zijn het water en de oever eigendom van de gemeente Amsterdam, zodat ten aanzien van deze onroerende zaken onderling geen erfdienstbaarheid kan gelden. De woonbootbewoners stellen dat de woonboten zijn aan te merken als onroerende zaken en dus als heersend erf kunnen worden aangemerkt. Volgens de rechtbank hebben de woonbootbewoners onvoldoende gesteld dat de woonboten bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven en dat deze bestemming naar buiten kenbaar is. Er kan dus geen sprake zijn van een erfdienstbaarheid en er kan dus ook geen sprake zijn van het bezit van een dergelijke erfdienstbaarheid.

(On)rechtmatig gebruik van de oevergrond?

Hiervoor is gebleken dat de woonbootbewoners geen bezitters waren, maar houders. Hebben zij de oevergrond rechtmatig of onrechtmatig gehouden? Indien zij de oevergrond rechtmatig hebben gehouden kan er geen sprake zijn van een onrechtmatige toestand zoals bedoeld in artikel 3:314 BW. De vordering van de gemeente Amsterdam tot opheffing kan dan ook niet verjaren. Het gebruik van de oevergrond is gekoppeld aan de verstrekte ligplaats. Volgens de rechtbank is er sprake van een stilzwijgende bruikleenovereenkomst als bedoeld in artikel 7a:1777 BW. Er is dus geen sprake van onrechtmatig gebruik.

Einde gebruik?

Een bruikleenovereenkomst is opzegbaar. De gemeente Amsterdam heeft een opzegtermijn in acht genomen, zodat vaststaat dat de bruikleenovereenkomst is beëindigd. Vanaf de beëindigingsdatum hebben de woonbootbewoners de oevergrond zonder recht of titel in gebruik.

Wilt u meer weten over de rechtspositie van een woonbootbewoner? Lees dan het artikel  van mijn collega John Wijnmaalen over het rapport “Vaste grond onder de voeten. Over de rechtspositie van waterbewoners ten aanzien van de ligplaats”.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen