Home > Planschade en nadeelcompensatie > Nadeelcompensatie fietstunnel: geen vergoeding onder de 2%-drempel
Nadeelcompensatie fietstunnel: geen vergoeding onder de 2%-drempel

Nadeelcompensatie fietstunnel: geen vergoeding onder de 2%-drempel

In zijn uitspraak van 11 februari 2015 over nadeel als gevolg van de aanpassing van een fietstunnel herhaalt de Raad van State dat de 2%-drempel als ondergrens voor te vergoeden inkomensschade altijd geldt.

De Raad van State had in een eerdere tussenuitspraak geoordeeld dat de verzoeker, een plaatselijke C1000 ondernemer, ten tijde van zijn besluit tot overname van de onderneming, geen rekening behoefde te houden met de aanpassing van de fietstunnel. De Minister moest dan ook alsnog onderzoeken of de C1000 als gevolg van deze aanpassing schade heeft geleden.
Op basis van een uitgebreid onderzoek naar de herkomst van klanten heeft de Minister becijferd dat de omzetderving 1,25 % van de gemiddelde jaarlijkse omzet bedraagt. De Raad van State overweegt hierover dat ook in het geval dat de aanpassing van de noordelijke toerit van de fietstunnel niet of niet geheel als een normale maatschappelijke ontwikkeling kan worden gekwalificeerd, er geen grond is voor het oordeel dat de C1000 zodanig zwaar zou worden getroffen dat zijn schade niet voor zijn rekening zou moeten blijven. De Raad van State zoekt hier aansluiting bij de in artikel 6.2, tweede lid en onder a, van de Wet ruimtelijke ordening voor planschadevergoeding neergelegde ondergrens van 2%. De planschade ondergrens geldt ook voor nadeelcompensatie omdat het stelsel voor planschadevergoeding berust op hetzelfde beginsel van de gelijkheid voor de openbare lasten, en omdat ook de aard van de toegebrachte schade dezelfde is.

Ook al heeft de ondernemer geen aanspraak op vergoeding van zijn inkomstenverlies, toch krijgt hij wel een vergoeding voor de kosten van de door hem ingeschakelde deskundige. Met verwijzing naar eerdere rechtspraak overweegt de Raad van State dat in beroep gemaakte kosten van deskundige bijstand voor vergoeding in aanmerking komen, indien het inroepen van die deskundige redelijk was en de deskundigenkosten zelf redelijk zijn. Voor het antwoord op de vraag of het inroepen van een niet-juridisch deskundige redelijk was, kan in het algemeen als maatstaf worden gehanteerd of degene die de bijstand van deze deskundige heeft ingeroepen, gezien de feiten en omstandigheden ten tijde van de inroeping, ervan mocht uitgaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag. Dat was hier het geval. De Raad van State vindt kennelijk het door de retaildeskundige gehanteerde uurtarief te hoog en matigt dit tot € 75,- per uur.

Heeft u vragen over nadeelcompensatie? Neemt u contact op met mr. Hanna Zeilmaker of mr. Joske Hagelaars, advocaten sectie Overheid Vastgoed bij Dirkzwager advocaten& notarissen.

Tags: nadeelcompensatie, inkomensschade, forfait, ondergrens, deskundigenkosten

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen