Home > Algemeen > Rechtbank Den Haag kwalificeert bodemverontreiniging die zich naar naburige percelen verspreidt als onrechtmatige hinder
Rechtbank Den Haag kwalificeert bodemverontreiniging die zich naar naburige percelen verspreidt als onrechtmatige hinder

Rechtbank Den Haag kwalificeert bodemverontreiniging die zich naar naburige percelen verspreidt als onrechtmatige hinder

Op 15 januari 2014 heeft de rechtbank Den Haag geoordeeld dat de eigenaar van een verontreinigd perceel tekort is geschoten in zijn zorgplicht jegens de eigenaar van enkele buurpercelen, omdat hij geen maatregelen heeft genomen ter voorkoming van verspreiding van de verontreiniging. De rechtbank kwalificeerde de bodemverontreiniging, die zich via het (middeldiepe) grondwater naar de buurpercelen heeft verspreid, als onrechtmatige hinder in de zin van het burenrecht (artikel 5:37 BW).

Feiten

Amex Property B.V. (hierna: Amex) is eigenares van enkele percelen. Op deze percelen bevond zich tot 1984 een zilverfabriek. Door de aanwezigheid van de fabriek is ernstige verontreiniging ontstaan in de bodem en het grondwater van de percelen. Deze verontreiniging is zich gaan verspreiden in de richting van nabijgelegen percelen, waarvan Ontwikkelingscombinatie Park Allemansgeest C.V. (hierna: Allemansgeest) in 2002 eigenares is geworden. Allemansgeest spande een procedure bij de rechtbank aan tegen Amex. Daarin vorderde zij een verklaring voor recht dat Amex onrechtmatige hinder aan haar toe heeft gebracht dan wel onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en op die grond(en) aansprakelijk is voor de schade die Allemansgeest heeft geleden en nog zal lijden.

Uitspraak

De zaak heeft lang gelopen. Na verschillende tussenvonnissen heeft de rechtbank Den Haag op 15 januari 2014 eindvonnis gewezen. De rechtbank oordeelde dat Amex vanaf eind 2002 in gebreke is gebleven in de nakoming van haar zorgplicht tegenover Allemansgeest. Daarbij achtte de rechtbank van belang dat Amex reeds gedurende lange tijd, namelijk sinds een rapport van 1988, op de hoogte was van het verspreidingsrisico van de verontreiniging en slechts een commercieel belang had bij het nalaten om maatregelen te nemen ter voorkoming van de verspreiding. Tevens was van belang dat de verontreiniging de naburige percelen nog niet had bereikt op het moment dat Allemansgeest in 2002 eigenaar werd van deze percelen. Gelet daarop had Amex maatregelen moeten nemen om hinder en/of schade voor Allemansgeest te voorkomen.

De door Amex te nemen maatregelen hielden in ieder geval in dat Amex Allemansgeest voor de verontreiniging had moeten te waarschuwen, haar daarover had moeten informeren en met haar had moeten overleggen. Ook was Amex jegens Allemansgeest verplicht maatregelen te nemen om de verontreiniging tegen te gaan. Dergelijke maatregelen zouden, volgens de rechtbank, in 2002 niet disproportioneel zijn geweest in verhouding tot de omvang van de schade van verdere verspreiding van de verontreiniging. Aangezien Amex ten onrechte heeft nagelaten de genoemde maatregelen te nemen, heeft zij in strijd gehandeld met de op haar rustende zorgplicht. Amex is, zo overwoog de rechtbank, dan ook aansprakelijk voor de schade die Allemansgeest heeft geleden en mogelijk nog zal lijden doordat die maatregelen achterwege zijn gebleven en is verplicht deze schade te vergoeden.

Commentaar

De rechtbank lijkt in deze uitspraak de zogenaamde “takkenjurisprudentie” van de Hoge Raad toe te passen op grensoverschrijdende bodemverontreiniging. Op grond van de takkenjurisprudentie pleegt iemand een onrechtmatige daad indien hij nalaat zijn zaak, die op eens anders perceel terecht is gekomen (bijvoorbeeld de takken van een omgevallen boom) en waardoor die ander hinder ondervindt, ter stond nadat hij daarvan op de hoogte is gekomen, te verwijderen. In dit geval oordeelde de rechtbank dat de eigenaar van het verontreinigde perceel een onrechtmatige daad pleegt, omdat hij, nadat hij van het verspreidingsrisico op de hoogte was gekomen, heeft nagelaten de verontreiniging te verwijderen of maatregelen te nemen ter voorkoming van verspreiding van de verontreinig naar naburige percelen. De wetenschap van de verontreiniging en het verspreidingsrisico is derhalve wezenlijk voor de kwalificatie als onrechtmatig handelen van de eigenaar van het bronperceel. Tegen de uitspraak van de rechtbank is beroep ingesteld. Het geschil tussen Amex en Allemansgeest is dus nog niet ten einde. De toekomst zal dan ook uitwijzen of de takkenjurisprudentie zich inderdaad uitstrekt tot bodemverontreiniging.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen