Home > Pachtrecht > Geldt de cultuurgrondvrijstelling ook bij het bedrijfsmatig houden van paarden?
Geldt de cultuurgrondvrijstelling ook bij het bedrijfsmatig houden van paarden?

Geldt de cultuurgrondvrijstelling ook bij het bedrijfsmatig houden van paarden?

Op 29 juli 2014 oordeelde de rechtbank Gelderland dat de cultuurgrondvrijstelling van toepassing is op weilanden die gebruikt worden voor het bedrijfsmatig houden van paarden. Toepasselijkheid van de cultuurgrondvrijstelling betekent dat de waarde van de grond buiten aanmerking wordt gelaten bij de WOZ-waardering. Een jaar eerder, op 22 mei 2013, had het Hof Arnhem-Leeuwarden in een andere zaak ook al geoordeeld dat weilanden die gebruikt worden voor het bedrijfsmatig houden van paarden onder de cultuurgrondvrijstelling vallen. Tegen deze uitspraak van het Hof is cassatie bij de Hoge Raad ingesteld.

Uitspraak Hof van 22 mei 2013 en conclusie Advocaat-Generaal van 2 juli 2014
A exploiteert op bedrijfsmatige wijze een fokbedrijf van Welsh pony’s. A heeft verschillende weilanden in gebruik, waar de pony’s kunnen grazen. De weilanden worden minimaal een keer per jaar gemaaid. De opbrengst van het maaien wordt gebruikt voor het bijvoeren van de pony’s. A stelde beroep bij de rechtbank in, omdat hij het niet eens was met de WOZ-waarde die de heffingsambtenaar van de gemeente Oldebroek had vastgesteld. Volgens hem moesten de weilanden buiten aanmerking worden gelaten, omdat sprake is van ten behoeve van de landbouw geëxploiteerde cultuurgrond. De rechtbank heeft het beroep van A gegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank is door het Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigd. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente heeft tegen de uitspraak van het Hof cassatie ingesteld, omdat het van mening is dat uit een arrest van de Hoge Raad van 26 augustus 1998 volgt dat de weilanden niet ‘ten behoeve van de landbouw’ worden geëxploiteerd, in welk geval de cultuurgrondvrijstelling toepassing mist.

Op 2 juli 2014 heeft Advocaat-Generaal (A-G) IJzerman een conclusie in deze cassatieprocedure geschreven. Het Hof heeft volgens de A-G terecht geoordeeld dat het maaien van weilanden om hooi (als veevoer) te verkrijgen landbouw in de zin van artikel 7:312 BW is. Onder ‘veehouderij’ in art. 7:312 BW is, volgens de A-G, mede te begrijpen het houden van paarden uitsluitend om ermee te fokken. Hij ziet niet in waarom de constatering dat paarden niet meer bedrijfsmatig worden gefokt en gehouden voor hun inzet in productieprocessen of het voortbrengen van vlees, maar met het oog op de verkoop ten behoeve van sport en recreatie, ertoe zou moeten leiden dat het bedrijf geen veehouderij meer zou kunnen zijn. De A-G is van mening dat het cassatieberoep van het college van burgemeester en wethouders ongegrond moet worden verklaard.

Uitspraak rechtbank Gelderland van 29 juli 2014
De partijen in deze zaak (B en de heffingsambtenaar van de gemeente) hadden bij de rechtbank het verzoek ingediend de behandeling van de zaak op te schorten tot de Hoge Raad zou hebben geoordeeld over de uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden. De rechtbank heeft dat verzoek echter afgewezen. In geschil was, evenals in bovenstaande zaak, of de cultuurgrondvrijstelling van toepassing was. De rechtbank overwoog dat niet in geschil was dat de betreffende weilanden bedrijfsmatig worden geëxploiteerd door B. De activiteiten van B bestaan uit de aankoop en (door)verkoop van paarden alsmede het fokken van paarden. Ook worden stallen verhuurd voor pensionpaarden. Alle paarden begrazen de weilanden en voor de winterperiode wordt hooi gewonnen.

De rechtbank oordeelde dat het beroep van B op de cultuurgrondvrijstelling slaagt. B heeft aannemelijk gemaakt dat de weilanden, bezien in samenhang met de paardenhandel en het pension, bedrijfsmatig worden geëxploiteerd in de zin van de cultuurgrondvrijstelling. B fokt namelijk bedrijfsmatig paarden en gebruikt de weilanden, waarop een agrarische bestemming rust, om die paarden te laten lopen en grazen. De weilanden dienen derhalve, nog daargelaten de vraag of het bedrijfsmatig houden van paarden niet reeds als ‘landbouw’ in de zin van artikel 7:312 BW moet worden aangemerkt, buiten de WOZ-waardering gelaten te worden.

Conclusie
Zowel de rechtbank Gelderland als het Hof Arnhem-Leeuwarden en de A-G zijn van mening dat de cultuurgrondvrijstelling van toepassing is op weilanden die gebruikt worden voor het bedrijfsmatig houden van paarden. Het is nu wachten op het oordeel van de Hoge Raad. Zodra de Hoge Raad een oordeel heeft geveld over deze kwestie, stellen wij u hiervan op de hoogte. Wordt vervolgd!

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen