Home > Planschade en nadeelcompensatie > Nadeelcompensatie wegwerkzaamheden Schijndel: tien weken afsluiting normale maatschappelijke ontwikkeling binnen normaal ondernemersrisico
Nadeelcompensatie wegwerkzaamheden Schijndel: tien weken afsluiting normale maatschappelijke ontwikkeling binnen normaal ondernemersrisico

Nadeelcompensatie wegwerkzaamheden Schijndel: tien weken afsluiting normale maatschappelijke ontwikkeling binnen normaal ondernemersrisico

De exploitant van een BP brandstoffenverkooppunt, shop en een wasstraat (hierna: het tankstation) nabij de N617 te Schijndel verzoekt de Provincie Noord-Brabant om vergoeding van schade als gevolg van de reconstructie van de provinciale weg N617 tussen Sint Michielsgestel en Schijndel. Vanaf april 2011 is de hoofdrijbaan gedurende tien weken gesloten geweest en was het tankstation alleen bereikbaar gebleven vanaf de Structuurweg.

De Provincie had het verzoek afgewezen op basis van het advies van de door haar geraadpleegde deskundige, die had geconcludeerd dat de door wegwerkzaamheden geleden omzetderving tot het normaal ondernemersrisico van de ondernemer behoort en niet voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank had in beroep overwogen dat de Provincie de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie heeft mogen baseren op het advies. Het tankstation is het hiermee niet eens en stelt hoger beroep in.

Het tankstation vond allereerst dat voor het beoordelen van de schade ten onrechte niet de omzet behaald in de periode van wegwerkzaamheden is vergeleken met de gegenereerde omzetten in dezelfde perioden van voorafgaande kalenderjaren. Ook was ten onrechte voor de afzet van motorbrandstoffen uitgegaan van de geldwaarde ervan en niet van volume in liters, omdat het tankstation geen invloed heeft op zaken als de prijsontwikkeling van ruwe olie op de wereldmarkt. Verder vond het tankstation dat de Provincie voor de bepaling van de vergoedbaarheid van de geleden schade ten onrechte een omzetdrempel had toegepast.

Afgaan op deugdelijk advies
De Raad van State stelt in haar uitspraak van 2 juli 2014 voorop –en dat is een standaardoverweging- dat als uit een advies van een door een bestuursorgaan benoemde deskundige op objectieve en onpartijdige wijze blijkt welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ervan ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn, dat bestuursorgaan volgens vaste jurisprudentie bij het nemen van een besluit op een aanvraag om nadeelcompensatie van dat advies mag uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan naar voren zijn gebracht. Kortom, het bestuursorgaan mag een ingewonnen advies van een deskundige volgen tenzij dit advies niet deugt.

Schade door verkeersmaatregelen behoort tot normaal maatschappelijk risico
Verder overweegt de Raad van State dat volgens haar vaste jurisprudentie schade als gevolg van verkeersmaatregelen in beginsel tot het normaal maatschappelijk risico of het normaal ondernemersrisico behoren. Daarbij zijn factoren als de duur van de werkzaamheden, het al dan niet volledig onbereikbaar zijn van belang, en ook met welke frequentie dergelijk onderhoud gepleegd wordt en de aard en omvang van de schade veroorzaakt door die werkzaamheden.

In het advies was er vanuit gegaan dat een ondernemer als het tankstation er rekening mee moet houden dat hij periodiek omzetderving zal lijden doordat de provinciale weg waaraan het bedrijf ligt moet worden onderhouden, vernieuwd of verbeterd. In dit geval zijn de uitgevoerde werkzaamheden als een normale maatschappelijke ontwikkeling aan te merken. De werkzaamheden hebben tien weken geduurd, zijn uitgevoerd in het kader van regulier onderhoud aan het provinciale wegennet en doen zich niet frequent voor. De werkzaamheden hebben niet geleid tot duurzame, nadelige gevolgen. Gedurende de werkzaamheden is het tankstation bereikbaar gebleven voor lokaal verkeer. Er is verder niet sprake van een boven het normale ondernemersrisico uitstijgend nadeel omdat het tankstation zodanig zwaar zou worden getroffen dat het uit de maatregel voortvloeiende nadeel redelijkerwijs niet ten laste van het tankstation moet blijven. De relatieve omvang van de schade bedraagt minder dan 1% (0,94%) van de gemiddelde omzet op jaarbasis. De omzetschade kan dus als relatief gering worden aangemerkt. Ook als wordt gekeken naar de verhouding tussen de brutowinst en de omzet, zoals het tankstation bepleit, kan de schade volgens de Raad van State niet als bovenmatig worden aangemerkt, nu deze 7,6% van de gemiddelde brutomarge op jaarbasis bedraagt. De Provincie heeft zich dus terecht op het standpunt gesteld dat de geleden schade binnen het normaal ondernemersrisico valt.

Referentieperiode; euro’s of liters
Volgens de Raad van State mocht de Provincie verder de normomzet berekenen aan de hand van de gerealiseerde omzetten in 2009 en 2010. Voor de bepaling van de normomzet wordt in de regel een referentieperiode vastgesteld die bij voorkeur bestaat uit een aantal jaren voorafgaande aan de schadeperiode. Het geleden nadeel behoeft niet alleen over kwartalen te worden berekend; hiervoor mag worden uitgaan van een gemiddelde jaaromzet om zo de gederfde omzet en de daaruit voortvloeiende schade te berekenen. Ook mocht de Provincie voor de berekening van het nadeel uitgaan van de omzetten euro’s in plaats van de omzet in liters verkochte brandstof en de brutomarge per liter. Dat de inkoopwaarde van de omzet afhankelijk is van omstandigheden als fluctuerende olieprijzen op de wereldmarkt staat los van de schadeveroorzakende werkzaamheden en pleit daarnaast voor de keuze van een referentieperiode over meerdere jaren, omdat daarin de goede en kwade kansen worden verdisconteerd.

Wilt u meer weten over het indienen van of besluiten op een verzoek om nadeelcompensatie? Neem dan contact op met Hanna Zeilmaker of Joske Hagelaars, advocaten bij Dirkzwager en gespecialiseerd in overheidsaansprakelijkheid.

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen