Home > Appartementsrecht en VvE > Gebruik in strijd met bestemming appartementsrecht
Gebruik in strijd met bestemming appartementsrecht

Gebruik in strijd met bestemming appartementsrecht

De splitsing van onroerend goed in appartementsrechten komt in Nederland dagelijks voor. Daarbij zal over het gemeenschappelijk gedeelte beheer worden gevoerd door de gezamenlijk appartementseigenaars, verenigd in de (verplichte) Vereniging van Eigenaars.

In de splitsingsakte zal verder zijn bepaald wat de bestemming van (de privégedeeltes van) de appartementsrechten is. Het is daarbij mogelijk dat de appartementsrechten een verschillende bestemming krijgen. Dit was bijvoorbeeld aan de orde in ECLI:RBAMS:2013:6687, waarover eerder het artikel “Aansprakelijkheid appartementseigenaar” verscheen.

In de zaak die speelde voor het Gerechtshof Amsterdam (ECLI:GHAMS:2013:2857) kwam de vraag aan de orde of het tegen betaling in gebruik geven van het appartement aan derden voor een kortere periode, te beschouwen is als het gebruik maken van het appartement overeenkomstig de bestemming woonruimte. Het volgende was het geval.

In de splitsingsakte was bepaald dat het onroerend goed in 30 appartementsrechten zal worden gesplitst, waarvan vier als bedrijfsruimte en de rest als woonruimte. In het bij de splitsingsakte behorende reglement stond: “Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht het privé gedeelte te gebruiken overeenkomstig de daaraan nader in de akte te geven bestemming. Een gebruik dat afwijkt van de bestemming is slechts geoorloofd met toestemming van de vergadering.” Tevens was in dat reglement bepaald dat het privégedeelte weliswaar in gebruik gegeven kon worden aan derden, maar pas nadat die derde een gedagtekende en ondertekende schriftelijke verklaring aan het bestuur van de Vereniging van Eigenaars had afgegeven waarin de derde verklaart zich aan het reglement te zullen houden.

De eigenaar van een appartementsrecht dat bestemd is tot woonruimte, had met enige regelmaat voor kortere periodes – korter dan een maand – zijn appartement verhuurd aan derden (toeristen) tegen betaling. Hij adverteerde daarvoor ook op internet.

Tijdens een algemene ledenvergadering is besloten dat short stay, hotel en bed & breakfast activiteiten, korter dan een maand, niet zijn toegestaan. Daarop heeft de Vereniging van Eigenaars de voornoemde appartementseigenaar gesommeerd om zijn verhuuractiviteiten te staken, bij gebreke waarvan hem een boete zal worden opgelegd. De appartementseigenaar heeft zich vervolgens tot de rechter gewend teneinde het besluit van de algemene ledenvergadering (praktisch gezegd) niet bindend te laten verklaren.

Nadat in eerste aanleg de kantonrechter het verzoek van de appartementseigenaar had afgewezen, wees ook het Gerechtshof in hoger beroep dit verzoek af. Het Gerechtshof overwoog daartoe dat de appartementseigenaar uitsluitend bevoegd was om zijn privégedeelte als woonruimte te gebruiken. Volgens het Gerechtshof moet het voor een kortere periode tegen betaling in gebruik geven aan derden van een als woning bestemd appartement, zoals de appartementseigenaar heeft gedaan, worden aangemerkt als bedrijfsmatige exploitatie van dit appartement en niet als gebruik als woning. Zodoende is dit gebruik in strijd met de splitsingsakte en het bijbehorende reglement en is dit gebruik niet toegestaan. Het Gerechtshof heeft tot slot geoordeeld dat het besluit van de Vereniging van Eigenaars, zoals voormeld, niet nodig was omdat reeds uit de splitsingsakte en het reglement volgde dat dit gebruik niet was toegestaan.

Interessant aan deze uitspraak is ook dat het Gerechtshof Amsterdam expliciet een onderscheid maakt tussen het tegen betaling in gebruik geven aan derden, zoals in deze zaak aan de orde is, en het in gebruik geven aan familieleden en vrienden, zoals aan de orde was in een eerdere zaak voor het Gerechtshof Amsterdam (ECLI:GHAMS:2012:BY2628 en HR:2013:BZ5753). In die laatste zaak werd door het Gerechtshof Amsterdam beslist dat het gebruiken van het appartement als pied-à-terre en het met enige regelmaat voor tamelijk korte tijd ter beschikking stellen van dat appartement aan derden (zijnde familieleden en vrienden), niet de grenzen overschrijdt van hetgeen valt onder “gebruik overeenkomstig de bestemming woonruimte”. In die zaak kon immers niet worden vastgesteld dat de appartementseigenaar “zo weinig in het appartement verblijft en het in die mate commercieel exploiteert door middel van betaald kortstondig verblijf dat niet meer gesproken kan worden van dergelijk gebruik [lees: gebruik overeenkomstig de bestemming woonruimte].”

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen