Home > Mededingingsrecht > Residex en hoe te handelen indien een overheidsgarantie strijdig is met de staatssteunregels
Residex en hoe te handelen indien een overheidsgarantie strijdig is met de staatssteunregels

Residex en hoe te handelen indien een overheidsgarantie strijdig is met de staatssteunregels

In december 2011 gaf het Hof van Justitie in de Residex-zaak antwoord op prejudiciële vraag van de Hoge Raad of een overeenkomst die in strijd is met de staatssteunregels altijd nietig is. Dat is niet noodzakelijkerwijs het geval. Een dergelijke overeenkomst blijkt slechts (al dan niet gedeeltelijk) nietig te zijn indien dat de beste manier is om de mededingingssituatie van vóór de uitkering van de betrokken steun te herstellen. Het eerdere oordeel van het Gerechtshof ´s-Gravenhage  dat nietigheid van rechtshandelingen intreedt bij strijdigheid met de staatssteunregels, was een onjuiste rechtsopvatting. Daarom heeft de Hoge Raad bij arrest van 26 april 2013 de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam verwezen.

De casus
Residex had in 2001 aandelen verworven in de vennootschap MD Helicopters Holding NV (MDH), een dochteronderneming van RDM Aerospace NV (Aerospace). In het kader van die verwerving had Residex tevens een putoptie verkregen op grond waarvan zij de aandelen in MDH weer aan Aerospace kon terugverkopen. In de loop van februari 2003 oefende Residex deze optie uit. In plaats van de koopsom te betalen, werd het vorderingsrecht omgezet in een lening. In totaal leende Residex een bedrag van ongeveer EUR 23 miljoen aan Aerospace. Het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR) stelde zich voor deze lening garant. GHR deed omdat RDM Holding N.V. aan GHR had beloofd geen duikbootgerelateerde technologie aan Taiwan te leveren.

Aerospace loste een deel van de lening af. Toen Aerospace echter in gebreke bleef het restant van de lening aan Residex terug te betalen, riep Residex bij brief van 22 december 2004 de garantie in. De Gemeente Rotterdam (Gemeente) weigerde te betalen, stellende dat de garantie nietig zou zijn omdat het verlenen van de garantie staatssteun oplevert die was verstrekt zonder (in een dergelijk geval verplichte) voorafgaande melding aan de Europese Commissie. Residex wilde echter geld zien en begon een gerechtelijke procedure.

Het oordeel van de Hoge Raad
De Hoge Raad wijst erop dat uit het arrest van het Hof van Justitie volgt dat de vaststelling dat een steunmaatregel onwettig is, voor een rechter de verplichting meebrengt om het door de begunstigde verkregen voordeel van deze maatregel ongedaan te maken door middel van de terugvordering van de onrechtmatig verleende staatssteun. Het hoofddoel van deze terugvordering is het opheffen van de verstoring van de mededinging die voortkomt uit het concurrentievoordeel dat door de onrechtmatige steun wordt verschaft. Gelet hierop verplicht het EU-recht er niet toe een specifieke consequentie (zoals nietigheid) te verbinden aan de geldigheid van de handelingen ter uitvoering van de steun.

Teneinde te kunnen beoordelen welke maatregel het meest doeltreffend is om ervoor te zorgen dat de mededingingssituatie van vóór de steunmaatregel wordt hersteld, dient de nationale rechter vast te stellen wie de begunstigde(n) van de verstrekte garantie is (of zijn). Bij steun in de vorm van een garantie kunnen immers hetzij de kredietgever, hetzij de kredietnemer, hetzij beiden begunstigd zijn.

Het oordeel van het Gerechtshof ´s-Gravenhage  dat de garantie per definitie nietig is vanwege strijd met de staatssteunregels, is dus onjuist. Bovendien had het Gerechtshof niet onderzocht of ook Residex als begunstigde van de garantie kan worden aangemerkt. Het cassatieberoep van Residex slaagt. De Hoge Raad verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam. Dit Gerechtshof zal allereerst moeten onderzoeken welke maatregelen het meest geschikt zijn om de mededingingssituatie van vóór de steunmaatregel te herstellen. In dit kader moet het Gerechtshof ook nog onderzoeken of Residex als begunstigde van de garantie kan worden aangemerkt. Dit moet, aldus de Hoge Raad, worden beoordeeld op het moment dat de garantie werd verstrekt en niet naar het tijdstip waarop de garantie werd aangesproken.

Slot
Het Gerechtshof Amsterdam wacht geen gemakkelijke taak. Welke maatregelen zorgen ervoor dat de mededingingssituatie van vóór de garantieverlening wordt hersteld? Als vaststaand moet naar verwachting worden aangenomen dat Aerospace door de garantie is begunstigd. Het ontvangen voordeel bestaat eruit dat Aerospace geen passende marktconforme premie heeft betaald voor het risico dat het GHR met de afgegeven garantie heeft gelopen. Zo bezien zou deze steunmaatregel ten aanzien van Aerospace ongedaan gemaakt kunnen worden door alsnog een passende marktconforme premie vermeerderd met rente in rekening te brengen.  Als Aerospace dit zou betalen, zou daarmee ook vaststaan dat Residex geen staatssteun heeft ontvangen.  Probleem is alleen dat Aerospace niets meer kan terugbetalen, want Aerospace is inmiddels failliet. Kan de mededingingssituatie van vóór de garantieverlening in deze situatie nog wel worden hersteld?

Waarschijnlijk kon Aerospace ten tijde van de garantieverstrekking een passende marktconforme premie niet eens betalen.  Het lijkt dus aannemelijk dat Residex op enigerlei manier heeft geprofiteerd van de staatssteun die het GHR aan Aerospace heeft verschaft. De vraag is of dat voldoende reden is voor nietigheid van de garantie. Maar ja, als Residex het risico van het faillissement van Aerospace niet hoeft te dragen, wordt de mededingingssituatie van vóór de garantieverlening niet hersteld. Is dat in overeenstemming met EU-recht? Het wordt dus afwachten of de Gemeente na een rechtsstrijd die inmiddels meer dan 12 jaar duurt, Residex toch moet gaan betalen.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen