U bent hier: Home > Planschade en nadeelcompensatie > Nadeelcompensatie en concernkorting
Nadeelcompensatie en concernkorting

Nadeelcompensatie en concernkorting

In haar uitspraak van 22 augustus 2012 (LJN:BX5293) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld over de concernkorting van 30 % die was toegepast ten aanzien van de omzetdaling in twee van in totaal vijf brood- en banketwinkels. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de gemeente Amsterdam deze korting terecht toegepast.

Uitgangspunt concernkorting niet onredelijk
De verzoeker om nadeelcompensatie exploiteert in Amsterdam vijf brood- en banketzaken. Twee filialen hebben nadeel ondervonden van de aanleg van de Noord-Zuidlijn.

De rechtbank had al bij eerdere uitspraak het door de gemeente gehanteerde beleid ten aanzien van concernkortingen niet onredelijk geacht. Deze korting is gebaseerd op het uitgangspunt dat kostenbesparingen op een hoofdkantoor of op andere centraal gemaakte kosten mogelijk zijn, en dat een filiaalbedrijf veelal de omzet kan beïnvloeden door, bijvoorbeeld, het verleggen van klantenstromen, het overplaatsen van personeel, het alternatief benutten van vrijkomende productiecapaciteit, het treffen van kostenbesparende maatregelen op centraal niveau en het openen van nieuwe filialen.

In het door de gemeente gevolgde advies van de Schadecommissie was ter motivering van het toepassen van de concernkorting vermeld dat de omzetdaling bij de twee getroffen filialen niet heeft geleid tot inkrimping van de productiecapaciteit op de centrale productielocatie. De ondernemer heeft de verkoop van de met deze capaciteit gebakken producten in de overige filialen voortgezet. De terugval van het inkomen in de onderneming als totaal was ook veel geringer dan op grond van de omzetdaling in de gedupeerde filialen had mogen worden verwacht. Deze relatief geringe terugval was volgens de commissie niet toe te rekenen aan prijsontwikkelingen in de broodsector. Indien de schade wordt berekend op grond van het gemiddelde inkomen van de gehele onderneming tijdens de referentieperiode in vergelijking met hetzelfde inkomen tijdens de schadeperiode dan lijdt dit tot een aanzienlijk lager bedrag dan het bedrag dat is berekend op basis van de omzetdaling in uitsluitend de twee getroffen filialen. Nu het systeem van de concernkorting juist is geïntroduceerd omdat de gederfde omzet op filiaalniveau wel aan te geven is, maar het bij filiaalbedrijven doorgaans niet mogelijk is exact te traceren welke invloed de aanlegwerkzaamheden op het inkomen van de onderneming als geheel hebben gehad, is de ondernemer niet te kort gedaan door de toepassing van de concernkorting. De omstandigheden van het bedrijf deden het voor de hand liggen dat de vrijkomende productiecapaciteit van de twee filialen is benut voor broodproductie ten behoeve van de niet getroffen filialen en dat de klantenstroom gedurende de schadeperiode gedeeltelijk is verlegd naar de niet getroffen filialen.

In hoger beroep was het door de gemeente gevoerde beleid inzake de toepassing van een concernkorting bij filiaalbedrijven tussen partijen niet in geschil. Het ging alleen om de vraag of de gemeente op grond van bijzondere omstandigheden in dit geval had moeten afzien van de toepassing van een concernkorting van 30%.

De ondernemer voerde daartoe aan dat zij uitdrukkelijk heeft betwist dat de vrijgekomen productiecapaciteit in de twee filialen is aangewend om de afzet in de overige filialen te stimuleren. Daartoe voert zij aan dat van verlegging van klantenstromen geen sprake is en bij een onderneming als een warme bakker ook niet kan zijn. Dit bleek uit twee door haar overgelegde rapporten. Verder was volgens de ondernmer de omzetverhoging van de niet getroffen filialen bij uitstek een blijk van goed ondernemerschap, en gaat de rechtbank er ten onrechte van uit dat die resultaten mede het gevolg zijn van schadebeperkende maatregelen. Volgens de ondernemer heeft de rechtbank de bewijslastvoering, de last om aannemelijk te maken dat geen sprake was van schadebeperking, ten onrechte bij haar gelegd.

De Afdeling gaat daar niet in mee. Volgens de Afdeling ligt het op de weg van de ondernemer om de stelling te onderbouwen dat de realisering van betere resultaten in de niet getroffen filialen in 2005 een kwestie van goed ondernemerschap is en niet het gevolg is van schadebeperkende maatregelen. Dit juist omdat het een door haar zelf gedreven onderneming betreft. De ondernemer heeft niet inzichtelijk gemaakt welke maatregelen zij in het kader van goed ondernemerschap heeft genomen. De enkele stelling ter zitting dat zij betere producten is gaan verkopen, is daartoe volgens de Afdeling niet voldoende. Evenmin heeft zij gemotiveerd dat die maatregelen geen verband houden met de terugval van de omzet bij de getroffen filialen als gevolg van de aanlegwerkzaamheden.

Ook het beroep van de ondernemer op het volstrekt locatiegebonden karakter van de clientèle van haar filialen als argument voor de onmogelijkheid van het verleggen van klantenstromen, treft volgens de Afdeling geen doel. De filialen bevinden zich in een beperkt geografisch gebied, zodat een gedeeltelijke verschuiving van de klantenkring aannemelijk is te achten. De ligging van de bedrijfsonderdelen doet het eveneens voor de hand liggen dat bij omzetdaling in een bepaald filiaal de eventuele vrijkomende productiecapaciteit wordt benut voor broodproductie ten behoeve van andere filialen.

De ondernemer had verder aangevoerd dat de gemeente ten onrechte in het kader van kostenbesparingen (kennelijk “bovenop” de concernkorting?) een aftrek van 5% van de gemiste omzet had toegepast. Volgens de Afdeling is redelijk te achten het beleid met als uitgangspunt dat kostenbesparingen op locatie mogelijk zijn en dat de ondernemer geacht moet worden kostenbesparende maatregelen te nemen. Dat geldt ook voor de toepassing van een forfaitair bedrag, de aftrek van 5% van de gemiste omzet, voor die besparingen. Omdat de gemeente voor de periode van sluiting van de filialen een vergoeding voor de omzetderving had toegekend, mocht zij de korting van 5% wegens kostenbesparing op locatie toepassen.  

Heeft u vragen over nadeelcompensatie? Bel met mr. Hanna Zeilmaker, specialist overheidsaansprakelijkheid

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen