Uit het recente Koninklijk Besluit, Sluis en Terneuzen, blijkt dat de verzoeker om onteigening in zijn laatste aanbod de juiste te verwerven oppervlakte moet vermelden.
Juiste oppervlakte in aanbod
Het is vaste (Kroon)rechtspraak dat het laatste aanbod van de onteigenende partij moet zijn gericht op de verwerving van de juiste oppervlakte. In meerdere KB’s is sprake van (toen nog) onthouding van goedkeuring door de Kroon omdat in het aanbod een te grote of te kleine oppervlakte was vermeld. In dat geval kan de noodzaak tot onteigening van de niet vermelde juiste oppervlakte niet worden vastgesteld.
Ondanks onjuiste oppervlakte in aanbod toch onteigening
Toch leidt het vermelden van een onjuiste oppervlakte in het schriftelijke aanbod niet altijd tot een afwijzing van de verzochte aanwijzing ter onteigening. Indien uit andere stukken dan het formele aanbod duidelijk is welke oppervlakte de onteigenende partij wenst te verwerven zal in de regel toch geen sprake zijn van een afwijzing van het verzoek tot onteigening.
Zo ook in het KB Sluis en Terneuzen, dat ziet op de onteigening ten behoeve van de reconstructie van de Rijksweg N61. De gemeente had abusievelijk nagelaten een brief aan de eigenaar te zenden met een aanbod gericht op de aankoop van de juiste oppervlaktes. In eerdere brieven waren kleinere oppervlaktes opgenomen. De Kroon zag toch geen aanleiding om de ter onteigening aan te wijzen oppervlakten terug te brengen tot de oppervlaktes in de eerdere brief, omdat de eigenaar zelf in een verslag van een gevoerd overleg had bevestigd dat hij niet akkoord was met de geboden prijs voor de juiste oppervlakten. Daaruit bleek volgens de Kroon dat de verzoeker tijdig en voor de start van de onteigeningsprocedure een aanbod heeft gedaan gericht op de aankoop van de juiste oppervlakten.
Noodzaak onteigening ondanks overeenstemming over grondruil
Uit dit KB blijkt verder dat de onteigening noodzakelijk is zolang geen sprake is van daadwerkelijke eigendomsverkrijging. Minnelijke overeenstemming alleen is dus niet voldoende. In deze onteigening had de eigenaar al wel een ruilovereenkomst met betrekking tot de te onteigenen gronden getekend. Bij die ruilovereenkomst waren echter meerdere partijen betrokken. Omdat niet alle partijen hadden ondertekend was nog geen sprake van daadwerkelijke eigendomsverkrijging. De onteigening was dus noodzakelijk.
Heeft u vragen? Bel of mail met Hanna Zeilmaker, onteigeningsadvocaat
Overheid en Vastgoed Maak kennis met Dirkzwager Overheid en Vastgoed








