De uitspraak van 15 februari 2012 van de Raad van State over een bestemmingsplan van de gemeente Gemert-Bakel (LJN: BV5067) is een goed voorbeeld van praktische en finale geschilbeslechting. Het bestemmingsplan, dat onder meer de uitbreiding van een betoncentrale mogelijk maakt, was in meerdere opzichten in strijd met de provinciale ruimtelijke verordening. De Raad van State draagt de gemeente op om binnen een door haar gestelde termijn deze gebreken te herstellen.
Strijd met provinciale verordening
In de provinciale verordening werd uitbreiding van een bestaand bedrijf geclausuleerd toegestaan, maar dan moest er wel sprake zijn van aantoonbare ruimtelijk-economische belangen voor de lange termijn die tot uitbreiding noodzaken. De Afdeling vond de onderbouwing in de plantoelichting op dat punt te mager en de daartegen gerichte beroepsgronden slaagden.
Aantasting woon- en leefklimaat
Belanghebbenden hadden ook betoogd dat de beoogde uitbreiding tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat voor omwonenden zou leiden. In een rapport was als aanvullende geluidbeperkende maatregel onder meer genoemd het oprichten van een overkapping, maar het bestemmingsplan stond aan een toereikende overkapping in de weg. Bovendien werd in het voorliggende rapport geconcludeerd dat de geluidbelasting bij een aantal woningen zou toenemen. Het standpunt van de gemeente en van de betoncentrale ter zitting, dat de geluidsituatie ter plaatse kon worden verbeterd zonder aanpassing van het plan was niet nader onderbouwd. Ook deze beroepsgrond slaagde dus.
Hoe nu verder?
De Raad van State voorziet in een praktische oplossing en gaat, in weerwil van de geconstateerde gebreken, (nog) niet over tot vernietiging van het plan. In het belang van een spoedige beëindiging van het geschil draagt de Raad van State de raad op de voet van artikel 46, zesde lid, van de WRvS op de gebreken in het bestreden besluit binnen de hierna te noemen termijn te herstellen. Het gaat daarbij om het alsnog deugdelijk motiveren welke ruimtelijk-economische belangen voor de lange termijn noodzaken tot uitbreiding van de betoncentrale, en het alsnog onderbouwen dat door de gewijzigde bedrijfsopzet een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden kan worden gegarandeerd, dan wel een wijziging van het besluit door de vaststelling van een andere planregeling. De Afdeling bepaalt dat daarbij geen toepassing behoeft te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb.
Overheid en Vastgoed Maak kennis met Dirkzwager Overheid en Vastgoed








