In het KB Veldhoven van 13 januari 2012 (nr. 12.000047) zijn overwegingen opgenomen over het minnelijk overleg die voor de verwervings- en onteigeningspraktijk relevant zijn. De Kroon gaat in haar bespreking van zienswijzen in op de eisen die aan het aanbod voorafgaande aan de administratieve procedure moeten worden gesteld en op de vraag of en wanneer aannemelijk is dat het minnelijk overleg voorlopig niet tot overeenstemming zal leiden.
Geen eisen aan aanbod
Meerdere belanghebbenden hadden als zienswijze tegen de onteigening ten behoeve van de uitvoering van een bestemmingsplan voor een ontsluitingsweg dat het onduidelijk was hoe de gemeente tot haar aanbieding was gekomen. Het aanbod was niet gespecificeerd zodat niet duidelijk was welke grondwaarde en welke schadeloosstellingen in het aanbod waren begrepen.
De Kroon overweegt, overigens in lijn met eerdere KB’s, dat het de gemeente vrij staat om haar aanbod op de door haar gewenste wijze te bepalen. De gemeente is daarbij niet verplicht zich op voorhand te conformeren aan hetgeen in de civielrechtelijke onteigeningsprocedure gebruikelijk is. In de administratieve onteigeningsprocedure kunnen ook geen eisen worden gesteld aan de totstandkoming van een aanbod of de wijze waarop dit wordt uitgebracht. Dit is anders in de gerechtelijke (dagvaardings)procedure, waarin uiteindelijk de burgerlijke rechter zich op grond van artikel 40 van de onteigeningswet zal moeten uitspreken over de onteigening en over de hoogte van de schadeloosstelling.
Commentaar
Kortom, de gemeente kan in de administratieve fase volstaan met het aanbieden van één, niet in schadecomponenten verdeeld bedrag. Ook de hoogte van het aanbod behoeft niet te voldoen aan de uitgangspunten die de Onteigeningswet stelt ten aanzien van de schadeloosstelling. Uiteraard moet wel sprake zijn van een voldoende serieuze poging tot verwerving, dus een apert onredelijk aanbod zal niet door de beugel kunnen.
Bij meerdere ‘gespreksonderwerpen’ sneller verzoekbesluit mogelijk
Meerdere belanghebbenden hadden in het kader van het minnelijk overleg nadere voorwaarden gesteld. Eén belanghebbende wilde ook de planschadevergoeding in het minnelijk overleg geregeld zien, een andere belanghebbende wilde uitsluitend praten over verkoop van ‘het geheel’.
Dat is uiteraard mogelijk, maar voor de gemeente is dan wel eerder het moment daar waarop zij kan constateren dat partijen er niet uit zullen komen. Zo overweegt de Kroon:
“Daarbij nemen Wij mede in aanmerking het feit dat de reclamanten sub 3 het aspect planschade wensten te betrekken in het minnelijk overleg over de verwerving van hun eigendom. Mede daardoor was het ten tijde van het indienen van het verzoek om aanwijzing van gronden ter onteigening aannemelijk dat het minnelijk overleg voorlopig niet tot vrijwillige eigendomsoverdracht zou leiden. Gelet daarop mocht de verzoeker tot het indienen van dat verzoek besluiten teneinde de tijdige uitvoering van het bestemmingsplan te verzekeren.”
Kortom, de gemeente kan het minnelijk overleg op verzoek van belanghebbenden uitbreiden tot meer dan alleen de verwerving van de benodigde oppervlakte. De gemeente hoeft dat overigens niet te voldoen, al zal een weigering om over aankoop van het geheel dan wel (bijv.) over ruilgrond wel worden beoordeeld in het kader van de zorgvuldigheid van het gevoerde overleg.
Het is bij overleg over ‘meer dan het benodigde’ altijd zaak om in ieder geval ook een aanbieding te doen gericht op (niet meer en niet minder dan) de benodigde oppervlakte. Komen partijen er niet uit dan kan de gemeente snel ‘doorpakken’ naar de onteigeningsprocedure.
Overheid en Vastgoed Maak kennis met Dirkzwager Overheid en Vastgoed








