In het KB Oirschot van 14 oktober 2011 (nr. 11.002474) werd de Kroon in het kader van de zienswijzen tegen het ontwerp koninklijk besluit geconfronteerd met de verwijzing naar de “eis” die in het kader van de beoordeling van de noodzaak van de onteigening wordt gesteld aan het minnelijk overleg, te weten dat er vóór de datum van het verzoekbesluit ten minste één schriftelijk aanbod aan de eigenaar moet zijn gedaan (pag. 17 Handreiking onteigeningen Titel IV van 30 augustus 2010). Ook was de zienswijze aan de orde dat het door de Minister ingestelde onderzoek strijdt met de beginselen van hoor en wederhoor en van equality of arms, en dat dit onderzoek in aanwezigheid van beide partijen, dus ook de gemeente, moet plaatsvinden.
Gedateerd schriftelijk aanbod volstaat?
In de Handreiking van 30 augustus 2010 (ook in de geactualiseerde versie van 27 oktober 2011) worden de eisen die de Kroon stelt aan het minnelijk overleg voorafgaand aan het verzoekbesluit toegelicht. Zoals bekend is volgens de Kroon aan deze eis in het algemeen genoegzaam voldaan, indien vóór het verzoekbesluit een redelijke poging tot minnelijke verwerving is ondernomen en ten tijde van het nemen van het verzoekbesluit voldoende aannemelijk is dat die onderhandelingen voorlopig nog niet tot het gewenste resultaat zullen leiden. Er zal vóór de datum van het verzoekbesluit ten minste één schriftelijk aanbod aan de eigenaar moeten zijn gedaan, benadrukt de Leidraad.
Uit dit KB blijkt dat het verzoekbesluit dateerde van 28 juni 2010. Voor de te verkrijgen percelen had de gemeente op 30 oktober 2007 een schriftelijk aanbod gedaan. De gemeente had die aanbiedingen herhaald bij brief van 8 september 2010, waarbij het bod vanwege de prijsfluctuaties in de periode 2007-2010 was verhoogd, en had vervolgens bij brief van 14 januari 2011 een verhoogd tweede schriftelijk bod gedaan. De Kroon overweegt dat naar haar oordeel hiermee is voldaan aan de in het KB in het algemeen geformuleerde voorwaarden, die zij in het KB overigens afwijkend formuleert van de eisen gesteld in de Handreiking, te weten dat “vóór het verzoek aan de Kroon om een onteigeningsbesluit te nemen, is begonnen met de onderhandelingen over de minnelijke verwerving (en???) op het moment van het verzoek voldoende aannemelijk is dat die onderhandelingen voorlopig niet tot de eigendomsoverdracht zullen leiden. Daarbij moet sprake zijn van een serieus minnelijk overleg.” Over de eis van een schriftelijk aanbod lezen wij in dit KB niets terug.
Wat daarvan zij, aan de in de Handreiking wél opgenomen eis van een schriftelijk aanbod vóór de datum van het verzoekbesluit is kennelijk ook voldaan als dit aanbod dateert van ruim 2,5 jaar vóór het verzoekbesluit, terwijl uit het na verzoekbesluit gedane verhoogde aanbod blijkt dat dat eerdere aanbod achterhaald was.
Het horen door de Kroon
Dan het interessante punt van het onderzoek door de Minister, dat, in ieder geval tot voor kort, buiten aanwezigheid van de “andere partij” (eigenaar dan wel gemeente) plaatsvond. De Kroon doet die zienswijze af met de volgende toelichting:
“Het horen heeft ten doel om de indieners van schriftelijke zienswijzen tegen een ontwerpbesluit in staat te stellen die zienswijzen mondeling toe te lichten. Deze procedure moet worden onderscheiden van die van het horen in de bezwaarschriftprocedure (artikel 7:2 en verder, van de Awb). Derhalve behoeven belanghebbenden niet in elkaars aanwezigheid te worden gehoord. Evenmin kan er sprake zijn van mogelijke strijdigheid met artikel 6 van het EVRM, nu dit artikel ziet op waarborgen voor de burger met betrekking tot gerechtelijke procedures.”
Dat argument, voor zover al rechtens juist, overtuigt niet. Bij de beoordeling van zienswijzen gaat het vaak om een beoordeling van feiten en omstandigheden. Voor beide partijen, eigenaar en verzoeker, kan het van groot belang zijn om tijdens het horen door “de andere partij” aangedragen feiten en omstandigheden te weerspreken. Indien het horen buiten aanwezigheid van de andere partij plaatsvindt zijn beide partijen afhankelijk van eventuele aanvullende vragen van de ambtenaren van het Ministerie; zij hebben daarop zelf maar beperkt invloed. Zeker nu het horen in de regel op dezelfde dag plaatsvindt door middel van opvolgende bezoeken aan de eigenaar en de gemeente lijkt het ook praktisch goed uitvoerbaar om beide partijen in elkaars aanwezigheid te horen.
Zelfrealisatie
In het KB was ook nog een verzoek om zelfrealisatie aan de orde. De Kroon maakt korte metten met de zienswijze dat de gemeente de mogelijkheid van zelfrealisatie niet serieus heeft onderzocht. De eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het bij de gemeente naar voren brengen van hun zelfrealisatieplannen. Concrete voornemens tot zelfrealisatie hebben zij in het minnelijk overleg evenwel niet naar voren gebracht.
Overheid en Vastgoed Maak kennis met Dirkzwager Overheid en Vastgoed








