Wanneer de auto naar een automonteur gebracht moet worden, is de keuze van de automonteur vaak een kwestie van vertrouwen. Voor de meeste mensen is het werk dat de automonteur verricht immers niet controleerbaar. Hoe weet je nu of iets echt nodig is en of het werk ook daadwerkelijk en goed wordt gedaan? Duurder dan vooraf verwacht is een bezoek aan de monteur (bijna) altijd, maar daarover zou je afspraken moeten kunnen maken.
De eigenaar (X) van een tien jaar oude auto met reeds 235.000 km op de teller dacht dit ook en werd daarbij onaangenaam verrast door het eigen initiatief van de automonteur.
X bracht zijn auto naar automonteur A met de opdracht de auto te repareren onder de voorwaarde dat X geïnformeerd wenste te worden over eventuele onvoorziene hoge reparatiekosten, waarbij X als prijsindicatie € 2.000,00 gaf. De automonteur verrichte echter zonder overleg met X voor een bedrag van € 4.118,51 werkzaamheden aan de auto. X betaalde de factuur van de automonteur niet en het kwam tot een procedure.
A grondde zijn vordering tot betaling van de factuur (uiteindelijk) alleen (nog) op de stelling dat X ongerechtvaardigd zou zijn verrijkt door de door A verrichte werkzaamheden omdat de auto zich na de werkzaamheden in een betere toestand bevond dan daarvoor.
X stelt dat hij slechts opdracht had verstrekt tot het verrichten van beperkte werkzaamheden en dat A de overige werkzaamheden zonder opdracht heeft uitgevoerd zodat de verbeterde toestand van de auto voor rekening van A dient te blijven. De kantonrechter volgt X niet in dit verweer en overweegt dat uit het feit dat X een prijsindicatie van € 2.000,00 had genoemd volgt dat X bereid was te aanvaarden dat A voor € 2.000,00 werkzaamheden zou uitvoeren. Hieruit volgt volgens de kantonrechter dat de verrijking van X niet gerechtvaardigd is.
Voor wat betreft de hoogte van de door X genoten verrijking overweegt de kantonrechter dat deze is te bepalen door de waarde van de auto onmiddellijk voor de uitvoering van de werkzaamheden te vergelijken met de waarde onmiddellijk erna. Na een beoordeling van de stellingen van partijen op dit punt schat de kantonrechter de dagwaarde van de auto voor de werkzaamheden op € 2.000,00 en na de werkzaamheden op circa € 4.500,00 zodat de verrijking van X kan worden gesteld op € 2.500,00. X dient dan ook € 2.500,00, vermeerderd met wettelijke rente, aan A te betalen.
Over het oordeel van de kantonrechter dat er geen sprake is van een gerechtvaardigde verrijking van de eigenaar van de auto ondanks dat de prestatie hem door de automonteur is opgedrongen, kan verschillend worden gedacht.
Terecht merkt de kantonrechter op dat de automobilist bereid was te aanvaarden dat hij een bedrag van € 2.000,00 kwijt zou zijn aan reparatiekosten. De eigenaar wenste echter over hogere reparatiekosten geïnformeerd te worden. De omstandigheid dat de automonteur meer heeft gedaan dan waartoe hij opdracht heeft gehad, dient mijns inziens wel voor rekening en risico van de automonteur te blijven.
Voor zover de auto meer waard is geworden door werkzaamheden die de automonteur op eigen initiatief heeft verricht, wijs ik erop dat de schadevergoedingsplicht van de eigenaar alleen bestaat “voor zover dit redelijk is” (artikel 6:212 eerste lid BW). Ik meen dat de op eigen initiatief door de automonteur verrichte werkzaamheden voor diens rekening en risico moeten blijven en een vergoedingsplicht aan de automonteur dus niet redelijk is.
Overheid en Vastgoed Maak kennis met Dirkzwager Overheid en Vastgoed








