Eiser heeft een verzoek om vergoeding van planschade (artikel 49 WRO) gedaan omdat zijn boerderij in waarde zou zijn gedaald vanwege de aanleg van de A50 en met name door het afsluiten van de fietsverbinding met het centrum van Sint-Oedenrode. Het college heeft het planschadeverzoek afgewezen conform het advies van de SAOZ. De SAOZ had geconstateerd dat weliswaar sprake was van een nadeligere positie voor eiser, maar dat sprake is van actieve risicoaanvaarding. Aan de realisatie van de A50 was een zeer lange reeks van omstandigheden vooraf gegaan. Eiser was voor de aankoop van de boerderij op de hoogte van de aankomende ontwikkelingen. Door tot aankoop van het familiebedrijf over te gaan, heeft eiser het risico van een eventueel direct planologisch nadeel als gevolg van die aanleg aanvaard.
De rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft in beroep de vraag beantwoord of eiser de boerderij onder algemene of bijzondere titel heeft verkregen. In dat laatste geval kan eiser namelijk worden tegengeworpen dat de planologische verslechtering op het moment van verkrijging voorzienbaar was. In zijn uitspraak van 24 augustus 2011 (LJN: BR6398) heeft de rechtbank overwogen dat de omstandigheid, dat eiser en zijn vader in 1995 een maatschap zijn aangegaan waarbij vader het economisch belang van de boerderij inbracht, niet van belang is omdat het niet gaat om bedrijfsschade maar om waardevermindering van de boerderij. Daarom is van belang wanneer en op welke wijze eiser de eigendom van de boerderij heeft verkregen. Eiser stelt zich in beroep op het standpunt dat de overname in familieverband heeft plaatsgevonden en dat hem om die reden geen risicoaanvaarding kan worden tegengeworpen. Uit het door eiser overgelegde testament bleek dat alle zaken, waaronder de boerderij, waren toegedeeld aan eisers moeder. Moeder was aldus volledig eigenaresse van de boerderij. Tussen moeder en de kinderen is geen gemeenschap ontstaan ter zake van de boerderij. De rechtbank overweegt dat eiser de boerderij dus niet heeft verkregen op grond van de verdeling van de nalatenschap van zijn vader.
In de akte waarin de bedrijfsoverdracht heeft plaatsgevonden is onder andere bepaald dat eiser een bedrag wegens overbedeling aan zijn moeder moet uitkeren. Hieruit volgt dat moeder de boerderij in het kader van de bedrijfsoverdracht aan eiser heeft verkocht en geleverd. De rechtbank concludeert dan ook dat eiser de boerderij derhalve onder bijzondere titel heeft verkregen.
De rechtbank concludeert dat, nu sprake is van verkrijging onder bijzondere titel, de voorzienbaarheid van de planologische verslechtering ten tijde van de verkrijging van de boerderij aan eiser kan worden tegengeworpen. De door eiser geleden schade komt vanwege de actieve risicoaanvaarding dus niet voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank oordeelt dat het verzoek om vergoeding van planschade terecht en op goede gronden is afgewezen.
Overheid en Vastgoed Maak kennis met Dirkzwager Overheid en Vastgoed








