Inschrijvers proberen bij aanbestedingen vaak een opdracht binnen te halen door strategisch in te schrijven. Strategisch inschrijven is in beginsel toegestaan zolang de inschrijving niet in strijd is met de bepalingen in de aanbestedingsstukken, de inschrijving niet feitelijk onmogelijk is en de inschrijving de toepassing van de beoordelingssystematiek niet onmogelijk maakt. Op deze laatste categorie heeft de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Arnhem recent een nuancering aangebracht (LJN: BO9068).
De zaak
Een universiteit heeft een meervoudig onderhandse aanbestedingprocedure uitgeschreven voor de inhuur van flexibele arbeidskrachten. De desbetreffende opdracht is een zogenaamde II B dienst waarop op basis van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao) een verlicht regime van toepassing is. Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving. De belangrijkste (sub)gunningscriteria zijn kwaliteit en prijs. Voor het subgunningscriterium prijs is door de universiteit gekozen voor een relatieve beoordelingssystematiek. Dit houdt in dat de waardering van de inschrijvingen tegen elkaar worden afgewogen. De universiteit heeft twee inschrijvingen binnen gekregen. Inschrijver X heeft op een onderdeel met € 0,00 ingeschreven, inschrijver Y heeft op dit zelfde onderdeel ingeschreven met € 0,01. De universiteit heeft beide partijen de maximale score toegekend. De universiteit heeft vervolgens voorlopig gegund aan inschrijver X. Inschrijver Y komt tegen dit gunningsvoornemen op bij de Voorzieningenrechter. Inschrijver Y stelt hierbij dat inschrijver X door met € 0,00 in te schrijven de beoordelingssystematiek heeft gefrustreerd (delen door 0 kan rekenkundig niet) en dus een ongeldige inschrijving heeft gedaan.
De beoordeling
De Voorzieningenrechter overweegt dat niet is gebleken dat inschrijver X heeft beoogd de berekeningsmethodiek te verstoren door op één onderdeel met €0,00 in te schrijven. Inschrijver X heeft op het desbetreffende onderdeel met € 0,00 ingeschreven omdat inschrijver X hiervoor niets in rekening wilde brengen, aldus de Voorzieningenrechter. In de aanbestedingstukken blijkt nergens dat het niet zou zijn toegestaan om met € 0,00 in te schrijven op het desbetreffende onderdeel. Evenmin is gebleken dat de aangeboden prijs niet realistisch zou zijn. Wel is het volgens de Voorzieningenrechter zo dat door met € 0,00 in te schrijven de berekeningsmethodiek is gefrusteerd. Echter, inschrijver Y heeft met € 0,01 ingeschreven en heeft daarmee (rekentechnisch) hetzelfde willen bewerkstelligen als inschrijver X. De Voorzieningenrechter overweegt hierover als volgt:
“Aangezien inschrijver Y in de waardering op het onderdeel fee is gelijkgesteld aan inschrijver X is de uitslag waarbij inschrijver X in totaal meer punten heeft gescoord niet het gevolg van verstoring van de rekenkundige beoordeling op het onderdeel fee ten nadele van inschrijver Y. Anders gezegd:Inschrijver X is, zij het met een nipte voorsprong, als beste uit de inschrijving tevoorschijn gekomen, zonder dat dat in enigerlei opzicht het gevolg is van manipulatie van de beoordelingsmethodiek op het punt van de prijs voor de fee. Alle belangen naar de in acht te nemen maatstaven van redelijkheid en billijkheid tegen elkaar afgewogen, gaat het onder al deze omstandigheden niet aan dat inschrijving van inschrijver X als ongeldig zou moeten worden aangemerkt. De vorderingen moeten dus worden afgewezen.”
Commentaar
Ondanks dat in deze zaak de beoordelingsmethodiek werd gefrusteerd (hetgeen in beginsel niet is toegestaan) heeft de universiteit toch mogen gunnen aan inschrijver X. Nu de rechtspraak op dit wisselend is, blijft het raadzaam voor inschrijvers niet te lichtvaardig met € 0,00 in te schrijven als daarmee de beoordelingssystematiek wordt gefrustreerd. Door hierover vragen te stellen in het kader van de NvI kan in een concreet geval meer zekerheid worden gekregen.
Overheid en Vastgoed Maak kennis met Dirkzwager Overheid en Vastgoed








