U bent hier: Home > Huurrecht > Altijd spoedeisend belang bij ontruimingsvorderingen sociale huurwoningen
Altijd spoedeisend belang bij ontruimingsvorderingen sociale huurwoningen

Altijd spoedeisend belang bij ontruimingsvorderingen sociale huurwoningen

Door de schaarste van sociale huurwoningen is een vordering tot ontruiming van een sociale huurwoning zonder meer als spoedeisend aan te merken,  zo overweegt de Voorzieningenrechter van het Kantongerecht te Amsterdam in zijn vonnis van 30 augustus 2010 (WR 2010/121).

De zaak

Woningcorporatie Ymere verhuurt een sociale huurwoning aan een huurder. Verhuurder vernietigt op enig moment de huurovereenkomst buitengerechtelijk wegens bedrog. De huurder had namelijk bij het aangaan van de huurovereenkomst valse salarisspecificaties laten zien aan verhuurder waaruit zou blijken dat huurder inkomsten genoot, hetgeen een voorwaarde was om de huurovereenkomst aan te gaan. Op grond hiervan vordert Ymere bij de voorzieningenrechter ontruiming van de sociale huurwoning. Huurder stelt zich echter op het standpunt dat de verhuurder geen spoedeisend belang heeft bij de vordering tot ontruiming. Bovendien stelt huurder dat er geen sprake is van bedrog en dat de huurovereenkomst niet buitengerechtelijk vernietigd had kunnen worden.

De beoordeling

De Voorzieningenrechter overweegt allereerst dat er wel degelijk een spoedeisend belang is. Een vordering tot ontruiming van een sociale huurwoning is, de schaarste van dergelijke woningen in aanmerking genomen, zonder meer als spoedeisend aan te merken, ook gelet op de belangen van de verhuurder en woningzoekenden.

Met betrekking tot de stelling van huurder dat een huurovereenkomst niet buitengerechtelijk vernietigd zou kunnen worden, overweegt de Voorzieningenrechter als volgt:

“Gedaagde heeft aangevoerd dat een huurovereenkomst niet buitengerechtelijk kan worden vernietigd onder verwijzing naar artikel 7:782 BW. Wellicht heeft gedaagde bedoeld, naar analogie van artikel 7:231 BW, dat vernietiging alleen door de rechter kan worden uitgesproken. Daarvoor is geen aanknopingspunt te vinden in de wettelijke regeling van artikel 7:231 BW dan wel enige andere wettelijke regeling.”

Nu voldoende aannemelijk is geworden dat de bodemrechter de huurovereenkomst wegens bedrog zal vernietigen, wordt de (ontruimings)vordering van de verhuurder –  vooruitlopend op het oordeel van de bodemrechter – toegewezen door de Voorzieningenrechter. Huurder dient dan ook binnen drie dagen de huurwoning te ontruimen.

Commentaar

Met de schaarste op de sociale woningmarkt in het achterhoof zullen rechters het spoedeisend karakter van ontruimingsvordering dus snel toekennen. De belangen van de verhuurder en woningzoekenden wegen dan veelal zwaarder dan het belang van personen die ten onrechte gebruik maken van een sociale huurwoning.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen