Home > Huurrecht > Huurder moet oppassen bij het opschorten van zijn betalingsverplichting
Huurder moet oppassen bij het opschorten van zijn betalingsverplichting

Huurder moet oppassen bij het opschorten van zijn betalingsverplichting

Op grond van artikel 6:262 BW kan een huurder onder omstandigheden zijn betalingsverplichting opschorten op het moment dat de verhuurder niet voldoet aan zijn verplichtingen jegens de huurder. Een huurder die het betalen van de huur opschort moet zich ervan vergewissen of hij ook daadwerkelijk is gerechtigd zijn betalingsverplichting op te schorten. Is hij dat niet dan loopt de huurder het risico dat de huurovereenkomst door de rechter wordt ontbonden (LJN: BN4766).

Zaak
Verhuurder verhuurt een woning voor bepaalde tijd aan huurder. Op grond van de huurovereenkomst is onderverhuur toegestaan voor maximaal vijf personen. Daarbij bepaalt de huurovereenkomst dat (onder)huurders zich dienen in te schrijven bij de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA). Huurder wenst de woning onder te verhuren en laat schriftelijk aan de verhuurder weten dat verhuurder verplicht is zijn medewerking te verlenen aan (ongelimiteerde) inschrijving van de onderhuurders bij het GBA, bij gebreke waarvan de huurder zijn betalingsverplichting volledig zal opschorten. Ook maakt de huurder een aparte melding van een aantal gebreken aan het gehuurde, hij verzoekt de verhuurder deze gebreken te verhelpen. Hierbij vermeldt de huurder echter niet dat hij vanwege deze gebreken zijn betalingsverplichting tijdelijk zal opschorten..

De huurder vordert bij de kantonrechter dat verhuurder moet meewerken aan (een ongelimiteerd aantal) inschrijvingen van onderhuurders bij het GBA. De verhuurder vordert op zijn beurt ontbinding van de huurovereenkomst wegens wanprestatie (bestaande uit het inmiddels drie maanden onbetaald laten van de huurpenningen).

Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder niet verplicht was om zijn medewerking te verlenen aan (een ongelimiteerd aantal) inschrijvingen van de onderhuurders bij het GBA. Zodoende was de huurder (op deze grond) niet gerechtigd zijn betalingsverplichting op te schorten. Door de ongeoorloofde opschorting wordt het uitblijven van de betalingen van de huurpenningen aangemerkt als een toerekenbare tekortkoming jegens de verhuurder op grond waarvan de huurovereenkomst door de kantonrechter wordt ontbonden. De huurder krijgt dus nul op het rekest en moet de woning zelfs gaan ontruimen.

Advies
Een ongeoorloofde betalingsopschorting kan (mede) op grond van deze uitspraak zeer nadelige gevolgen hebben voor een huurder. Huurders doen er dan ook verstandig aan om, alvorens over te gaan tot opschorting van de betalingsverplichting, zich goed te laten informeren of een dergelijke opschorting al dan niet geoorloofd is.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen