Home > Registratie van netwerken > Overgangsregeling registratie van netwerken
Overgangsregeling registratie van netwerken

Overgangsregeling registratie van netwerken

Sinds 2007 is in de wet verankerd dat een netwerk een onroerende zaak is. Alvorens het netwerkbedrijf over kan gaan tot juridische overdracht van het netwerk, dient het netwerk (kadastraal) geregistreerd te worden. Hiertoe dient het netwerkbedrijf aan te tonen dat hij (of diens rechtsvoorganger) het netwerk bevoegdelijk heeft aangelegd. Het bevoegd aanleggerschap bleek echter voor veel netwerkbedrijven lastig aan te tonen, vooral voor de kabels en leidingen die al jaren geleden waren aangelegd. De wetgever heeft om die reden een overgangsregeling opgesteld, die het registreren van netwerken eenvoudiger moet maken.

Op 1 februari 2007 is aan artikel 5:20 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) een nieuw lid toegevoegd, welk artikellid bepaalt dat de eigendom van een net, bestaande uit één of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, dat in, op of boven de grond van anderen is of wordt aangelegd, toebehoort aan de bevoegd aanlegger van dat net dan wel aan diens rechtsopvolger.

Op 27 mei 2010 is de Wet tot wijziging van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek en de Kadasterwet in verband met de inschrijving in de openbare registers van netwerken in werking getreden (Staatscourant van 26 mei 2010, nummer 188). De overgangswet moet ervoor zorgen dat netwerkbedrijven die niet kunnen aantonen dat zij (of diens rechtsvoorgangers) bevoegd aanlegger zijn van een net, welke vóór 1 februari 2007 is aangelegd, het netwerk toch kunnen registreren en overdragen. De belangrijkste aanpassing is te vinden in artikel 155a van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek (hierna: ONBW). Artikel 155a geeft degene die zich op 1 februari 2007 als eigenaar van een net gedroeg, de bevoegdheid de aanleg van dat net te doen inschrijven in de openbare registers en dat net als eigenaar over te dragen en te bezwaren. Ook geeft dat artikel aan hoe een derde het net of rechten daarop kan opeisen en binnen welke termijn hij dat moet doen om zijn rechten tegen de inschrijver of een opvolgend verkrijger van het net kan inroepen.

Aan artikel 36 van de Kadasterwet wordt een nieuw lid 5 toegevoegd, waarin de inschrijving van voormelde publicaties wordt geregeld.

De overgangsregeling bestaat tevens uit een toevoeging van een lid 5 aan artikel 78 ONBW. In artikel 78 lid 3 ONBW is bepaald dat na het verstrijken van drie jaar, de niet-inschrijving van een voor inschrijving vatbaar feit (de aanleg van een netwerk) ertoe leidt dat het niet-ingeschreven feit niet tegen derden kan worden ingeroepen. Wie dus niet inschrijft, wordt niet tegen rechten van derden beschermd. De in lid 3 van artikel 78 ONBW genoemde termijn van drie jaar gaat voor een net als bedoeld in artikel 5:20 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), welk net vóór 1 februari 2007 is aangelegd, lopen vanaf het tijdstip waarop artikel 155a in werking is getreden.

In het artikel van mijn collega, Karin Braam, van 5 maart jongstleden vindt u in hoofdlijnen de procedure die gevolgd moet worden voor de registratie van een netwerk op grond van de overgangsregeling. Het artikel treft u [intlink id=”299″ type=”post”]hier[/intlink]  aan.

De overgangsregeling zorgt ervoor dat niet meer aangetoond hoeft te worden dat het netwerkbedrijf (of diens voorganger) bevoegd aanlegger is van het te registreren netwerk. Wel dient aangetoond te worden dat het netwerkbedrijf zich op 1 februari 2007 (de peildatum) gedroeg als eigenaar. Het is ter beoordeling van de notaris of het netwerkbedrijf afdoende heeft bewezen dat hij zich op de peildatum als eigenaar gedroeg.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen