Home > Registratie van netwerken > Registratie van netwerken
Registratie van netwerken

Registratie van netwerken

Sinds de kabelarresten van de Hoge Raad van 2003, waarin de Hoge Raad uitsprak dat kabels en leidingen onroerend kunnen zijn, is er veel veranderd in “netwerkland”. Uiteindelijk hebben deze arresten tot gevolg gehad dat op 1 februari 2007 een nieuw lid 2 aan artikel 5:20 van het Burgerlijk Wetboek is toegevoegd, dat bepaalt dat de eigendom van kabels en leidingen toebehoort aan de bevoegde aanlegger van dat net of aan diens rechtsopvolger.

In de praktijk is gebleken dat netwerkbedrijven moeite hebben om aan te tonen dat zij eigenaar zijn van een kabel of leiding.Naar mate de kabel of leiding langer in de grond ligt, wordt dit steeds moeilijker. In het verleden werd er vaak geen overeenkomst gesloten met de eigenaar van de grond en werd er ook niet altijd een vergunning verleend. In de gevallen waarin er wel schriftelijk afspraken zijn gemaakt, is het vaak moeilijk deze weer boven tafel te krijgen.

Om het voor netwerkbedrijven makkelijker te maken te bewijzen dat zij op 1 februari 2007 bevoegd aanlegger zijn van een netwerk is een wetsvoorstel aanhangig voor artikel 155a Overgangswet NBW, in hoofdlijnen komt dit wetsvoorstel neer op het volgende:

  • een eigenaar die zich op 1 februari 2007 gedroeg als eigenaar van een net kan overgaan tot registratie, overdracht en bezwaring van dat net;
  • als een dergelijke inschrijving is gepubliceerd in de Staatscourant en in een dagblad kan een derde het recht van het net na één jaar niet meer opeisen;
  • het net is gedurende drie maanden na de laatste publicatie niet vatbaar voor overdracht en bezwaring. Derden kunnen in deze periode hun rechten veiligstellen door een dagvaarding of exploot in de openbare registers in te schrijven;
  • bij overdracht en bezwaring na genoemde drie maanden geniet de verkrijger bescherming tegen rechten van derden die niet voor zijn verkrijging een dagvaarding of exploot hebben ingeschreven als hiervoor bedoeld;
  • een exploot als hiervoor bedoeld wordt uitgebracht aan de verkrijger. Het houdt in dat de derde zich het recht voorbehoudt binnen de genoemde termijn van één jaar een dagvaarding in de openbare registers in te schrijven;
  • om dit alles mogelijk te maken wordt ook artikel 36 lid 5 van de Kadasterwet overeenkomstig aangepast, een en ander zoals blijkt uit de kamerstukken met de nummers 31974 nummers 6 en 7.
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen